395px

sede

Bram Vermeulen

dorst

Mijn vriend, kom, laat ons samen drinken,
kom, laat ons samen ondergaan,
verdrinken in de wanhoop van het glas
en vergeten dat we ooit hebben bestaan.

Mijn viend, kom, laat ons samen zingen
van alles dat verloren is gegaan,
van alle kansen die we misten,
van alles dat we nooit hebben gedaan.

Mijn vriend, kom, laat ons samen dromen
van alles dat nog komen kan,
van alle vrouwen hier op aarde,
van alle vrouwen en wij de enige man.

Mijn vriend, kom, laat ons samen drinken
op de eenzaamheid en op ons zelfbedacht verdriet,
op alles dat we nu al zijn vergeten,
en wat niet is, bestaat ook niet.

Mijn vriend, kom, laat ons samen twisten,
over het verschil van arm en rijk,
laat ons met de vuisten slaan op tafel,
en wie het hardste schreeuwt, die heeft gelijk.

Mijn vriend, kom, laat ons samen dansen,
laat ons binnentrekken in de stad
en zwaaiend brullen van overwinning
met het lijf vol en het hoofd zat.

Mijn vriend, kom, laat ons samen zingen
over vrijheid en nooit gevangen zijn,
laat ons samen heftig klinken
met de moed der wanhoop en van wijn.

Kom, mijn vriend, drink mijn vriend,
zing en wees niet bang,
kom mijn vriend, dans mijn vriend:
de nacht is eindeloos lang.

Zuip, mijn vriend, slemp, mijn vriend,
schreeuw en wees niet bang,
brul, mijn vriend, bral mijn vriend:
de nacht is eindeloos lang.

Mijn ziel is te groot,
hij barst uit mijn borst:
ik heb dorst, dorst, dorst.

Mijn ziel is te groot,
hij barst uit mijn borst:
ik heb dorst, dorst, dorst.

sede

Meu amigo, vem, vamos beber juntos,
vem, vamos nos afundar juntos,
nos afogar na desilusão do copo
e esquecer que um dia existimos.

Meu amigo, vem, vamos cantar juntos
sobre tudo que se perdeu,
sobre todas as chances que deixamos passar,
sobre tudo que nunca fizemos.

Meu amigo, vem, vamos sonhar juntos
sobre tudo que ainda pode vir,
sobre todas as mulheres aqui na Terra,
sobre todas as mulheres e nós, o único homem.

Meu amigo, vem, vamos beber juntos
pela solidão e pela tristeza que inventamos,
pelo tudo que já esquecemos,
e o que não existe, também não é real.

Meu amigo, vem, vamos discutir,
sobre a diferença entre pobres e ricos,
que vamos bater com os punhos na mesa,
e quem gritar mais alto, está certo.

Meu amigo, vem, vamos dançar juntos,
vamos invadir a cidade
e gritar de vitória
com o corpo cheio e a cabeça tonta.

Meu amigo, vem, vamos cantar juntos
sobre liberdade e nunca estar preso,
vamos soar intensamente
com a coragem da desilusão e do vinho.

Vem, meu amigo, bebe, meu amigo,
canta e não tenha medo,
vem, meu amigo, dança, meu amigo:
a noite é interminavelmente longa.

Bebe, meu amigo, se embriaga, meu amigo,
grita e não tenha medo,
berra, meu amigo, se exalta, meu amigo:
a noite é interminavelmente longa.

Minha alma é grande demais,
e está prestes a explodir do meu peito:
eu estou com sede, sede, sede.

Minha alma é grande demais,
e está prestes a explodir do meu peito:
eu estou com sede, sede, sede.

Composição: