De Prijs (van Jan Arends)
Er valt sneeuw op de straat
Achter het raam op de straat
Vandaag vandaag is de dag
Ik krijg een prijs
Voor mijn werk
Voor mijn pijn
En iedereen iedereen
iedereen zal er zijn
Huichelachtig dat ze zijn
Vragen zich af waar ik blijf
refr.:
De prijs
De pijn
Ik sta voor het raam
Ik stap uit het raam
De prijs ligt op straat
De prijs ligt op straat
Er valt sneeuw al jarenlang
in het park op de straat
Een oude man een oude man
Een oude jas
Meer ben ik niet
niet meer dan een dief van de taal
En iedereen iedereen
iedereen steelt van mij
Hun gedichten zijn van mij
Ze wachten nu op mij
Altijd
refr.
En ze zwijgen
En ze zwijgen
En ze zwijgen me dood
O Prêmio (de Jan Arends)
Cai neve na rua
Atrás da janela na rua
Hoje, hoje é o dia
Vou ganhar um prêmio
Pelo meu trabalho
Pela minha dor
E todo mundo, todo mundo
todo mundo vai estar lá
Hipócritas que são
Se perguntam onde estou
refr.:
O prêmio
A dor
Estou na janela
Saio pela janela
O prêmio está na rua
O prêmio está na rua
Cai neve há anos
no parque na rua
Um velho, um velho
Um casaco velho
Não sou mais que isso
não sou mais que um ladrão da língua
E todo mundo, todo mundo
todo mundo rouba de mim
Seus poemas são meus
Eles agora esperam por mim
Sempre
refr.
E eles ficam em silêncio
E eles ficam em silêncio
E eles me silenciam até a morte