Bier
Op het land groeit de gerst
In het dorp vloeit het bier
De boer krabt zijn kont
Zijn knecht stinkt naar gier
Hij hangt in de kroeg
Op zoek naar vertier
Het schuim op zijn mond
Bier
's Morgens, na de nacht
Komt de knecht op het land
Dorst als een vlegel
Zijn kop staat in brand
De gerst in de zak
En geen korrel gemorst
Korst om zijn bek
Dorst
De brouwer koopt gerst
En 's morgens heel vroeg
Zit de boer bij de bank
En de knecht in de kroeg
Gevuld wordt het glas
Geleegd wordt het vat
Valt van zijn kruk
Zat
Alles is voor weinigen
Die niet willen delen
Alles is voor niets
Niets is voor velen
Van velen krijgen maar
Heel weinigen hun deel
Ja, veel is voor niets
En alles is te veel
De oogst is voorbij
Dus de knecht naar de stad
Daar is werk aan de winkel
Daar is altijd wel wat
Leven in de brouwerij
Daar zijn kroegen, is plezier
In de ketel gist de hop
Heel de stad stinkt naar
Bier
Hij gaat naar zijn werk
Met pijn in zijn kop
Hij brouwt bier voor de kroeg
En daar zuipt hij het op
In de fles, in de keel
Geen druppel gemorst
De cirkel is rond
Dorst
De brouwer woont buiten
Bij de boer en de bank
De knecht in de stad
Waar hij stank krijgt voor dank
Op het land groeit de gerst
En de wind in de stad
In de goot ligt de knecht
Zat
Alles is voor weinigen
Die niet willen delen
Alles is voor niets
Niets is voor velen
Van velen krijgen maar
Heel weinigen hun deel
Veel is voor niets
En alles is te veel
Cerveja
No campo cresce a cevada
Na vila rola a cerveja
O fazendeiro coça a bunda
Seu empregado fede a estrume
Ele tá na taberna
Procurando diversão
A espuma na boca dele
Cerveja
De manhã, depois da noite
O empregado vai pro campo
Com sede como um maluco
A cabeça em chamas
A cevada no saco
E nenhum grão derramado
Crostas na boca
Sede
O cervejeiro compra cevada
E bem cedo de manhã
O fazendeiro tá na banca
E o empregado na taberna
O copo se enche
O barril se esvazia
Cai do banco
Bêbado
Tudo é pra poucos
Que não querem dividir
Tudo é de graça
Nada é pra muitos
De muitos só poucos
Recebem sua parte
Sim, muito é de graça
E tudo é demais
A colheita acabou
Então o empregado vai pra cidade
Lá tem trabalho a fazer
Sempre tem alguma coisa
Vida na cervejaria
Lá tem bares, tem diversão
Na caldeira fermenta o lúpulo
A cidade toda fede a
Cerveja
Ele vai pro trabalho
Com dor de cabeça
Ele faz cerveja pra taberna
E lá ele bebe tudo
Na garrafa, na garganta
Nenhuma gota derramada
O ciclo se fecha
Sede
O cervejeiro mora fora
Com o fazendeiro e a banca
O empregado na cidade
Onde ele recebe fedendo
No campo cresce a cevada
E o vento na cidade
Na sarjeta tá o empregado
Bêbado
Tudo é pra poucos
Que não querem dividir
Tudo é de graça
Nada é pra muitos
De muitos só poucos
Recebem sua parte
Muito é de graça
E tudo é demais