395px

Entre Nós

Boudewijn De Groot

Onder Ons

Het is een stad, het is een dorp,
Het is een plaats of een gehucht.
En je moet er niet te gek doen,
Anders ben je zo berucht.
Waar je dag zegt tegen melkboer,
Kruidenier en oom agent,
Die je nooit een bon zal geven
Omdat hij je vader kent.

Waar je rustig aan kunt zeuren
Tegen iedereen op straat,
Omdat iedereen wel iets heeft
Waar-ie over zeuren gaat.

Eerst dan vind je het gezellig
En je kent de hele stad.
En dan doe je eindexamen
En dan heb je het wel gehad.
Iedereen zit ergens anders
En jij zit verdomd alleen
Met alleen maar oude mensen
En familie om je heen.

En dan wil je ook gaan reizen
Naar parijs of naar zoiets.
En je vindt je hele leven
En je vaderland maar niets.

Dan ontdek je nieuwe landen
En je gaat op avontuur.
Je lijdt honger in een hooiberg
En geniet de liefde puur.
En je komt na een paar maanden
Als een zwerver weer naar huis
Met een baard en zonder centen,
Je hebt honger, dorst en luis.

En je scheert je en dan trouw je
En blijft zitten waar je bent,
In je eigen kleine stadje
Waar je alle mensen kent.

En dan zeggen ze tevreden:
Hij verliest zijn wilde haar.
Hij wordt eindelijk volwassen
En na nog een tweede jaar
Is hij net zo'n grote hufter
Als zijn vader is geweest,
Die een mening over alles
In het ochtendkrantje leest.

Met zijn eigen televisie
En zijn eigen borreltent,
In zijn eigen kleine stadje
Waar hij alle mensen kent.

Niet dat hij een vlieg zal kwaad doen
En hij is niet interessant
En hij kijkt geen meter verder
Dan zijn borrel en zijn krant.
Maar houd hem maar in de gaten
Want het is zo'n kleine man
Die als hem dat maar gevraagd wordt,
Vaak het beste schieten kan.

Entre Nós

É uma cidade, é um vilarejo,
É um lugar ou um bairro.
E você não deve fazer muita loucura,
Senão vai ficar famoso.
Onde você cumprimenta o leiteiro,
O mercadinho e o tio policial,
Que nunca vai te multar
Porque conhece seu pai.

Onde você pode reclamar à vontade
Com qualquer um na rua,
Porque todo mundo tem algo
Sobre o que reclamar.

Primeiro você acha divertido
E conhece toda a cidade.
E então faz o vestibular
E aí já era, já era.
Todo mundo está em outro lugar
E você está danado sozinho
Com só pessoas idosas
E família ao seu redor.

E então você quer viajar
Para Paris ou algo assim.
E você acha sua vida inteira
E seu país uma droga.

Então você descobre novos países
E vai em uma aventura.
Você passa fome em um feno
E vive o amor puro.
E você volta depois de alguns meses
Como um vagabundo para casa
Com uma barba e sem grana,
Está com fome, sede e piolho.

E você se barbeia e então casa
E fica onde está,
Na sua própria cidadezinha
Onde conhece todo mundo.

E então eles dizem satisfeitos:
Ele está perdendo o cabelo.
Ele finalmente está crescendo
E depois de mais um ano
Ele é tão grande quanto um babaca
Como seu pai foi,
Que tem uma opinião sobre tudo
Lendo o jornal de manhã.

Com sua própria televisão
E seu próprio barzinho,
Na sua própria cidadezinha
Onde conhece todo mundo.

Não que ele machuque uma mosca
E ele não é interessante
E ele não olha um metro além
Do seu copo e seu jornal.
Mas fique de olho nele
Porque é um homem pequeno
Que quando perguntado,
Muitas vezes acerta melhor.