395px

A Rosa

Boudewijn De Groot

De roos

Ik heb een lange reis gemaakt
En nu ik halverwege ben
Moet ik de weg zijn kwijtgeraakt
In het donker woud dat ik niet ken

Daar voor me steken op een muur
Gebroken scherven glas omhoog
Van flessen, ooit gevuld met wijn
Het is wel een bitter lot zo droog
En zo vijandig scherp te zijn

Er is een deur die openstaat
Ik ga er in een droom doorheen
Een pad door groene tuinen gaat
Als in een doolhof nergens heen

Bij vijvers stil en bodemloos
In het midden van een scherpe ring
Van doorns onmeedogenloos
Bloeit in de groene schemering
De roos, de rode roos

Nooit was een geur zo zoet
En nooit een huid zo zacht
En nooit zo rood
De druppels bloed
In het groene gras die nacht

A Rosa

Fiz uma longa jornada
E agora que estou na metade
Devo ter me perdido no caminho
Na floresta escura que não conheço

Ali na minha frente, erguendo-se em uma parede
Cacos de vidro quebrados para cima
De garrafas, uma vez cheias de vinho
É um destino amargo, tão seco
E tão hostil e afiado

Há uma porta que está aberta
Vou passar por ela em um sonho
Um caminho por jardins verdes
Como em um labirinto, sem saída

Perto de lagoas, calmas e sem fundo
No meio de um anel afiado
De espinhos implacáveis
Floresce na penumbra verde
A rosa, a rosa vermelha

Nunca houve um cheiro tão doce
E nunca uma pele tão macia
E nunca tão vermelha
As gotas de sangue
Na grama verde naquela noite

Composição: Boudewijn de Groot, Lennaert H. Nijgh