Japie
Ik weet in Gelderland een boerderijtje tussen 't hooi (Tussen 't hooi)
Daar woont me toch zo'n lekker boerenmeidje, wat is ze mooi (Wat is ze
mooi)
Ze houdt van popmuziek en autorijen, en nog veel meer (En nog veel meer)
Maar toch; ze houdt het meeste nog van vrijen, en in de schuur (Roept zij
steeds weer)
refr.:
Japie, Japie, pak me nog een keer
Japie, Japie, doe 't nog een keer
Ik zou met jou wel willen vrijen, heel de nacht tot morgen vroeg
Want van lekker vrijen krijg je immers nooit genoeg
refr.
Haar pa die heeft een stier, een stevig knapie, die mag er zijn (Die mag
er zijn)
Die stier, die heet ook heel toevallig Japie, en da's geen gein (En da's
geen gein)
En loopt die stier daar tussen al die koeien, 't is te gek (Als je dat
ziet)
Dan staan die koeien om 't hardst te loeien, je gelooft 't niet (Als je
dat ziet)
refr.(3x)
Japie
Eu sei que uma casa de campo em Ontário, entre o feno (Entre o feno)
Não vive um bom boerenmeidje mim, ela é agradável (O que é ela
bom)
Ela adora música pop e as linhas de automóveis, e mais (e mais)
Mas, ainda assim, ela ama mais ainda de amor, e no celeiro (eles Cry
repetidamente)
refr.:
Grilo, Grilo, me pegar de novo
Grilo, Grilo, que 'T novamente
Eu gostaria de ter sexo com você, toda a noite até de manhã
Por causa do bom sexo nunca se cansa
refr.
Seu pai, que tem um touro, um knapie empresa, que pode estar lá (que pode
houver)
Este touro, que é chamado também por Japie chance, e isso não é divertido (e isso é
não interessa)
E isso touro corre entre todos aqueles vacas, é muito louco (Se você
ver)
Então, as vacas são uma raça de moo, você não acrediteis (Se você
que parece)
refr. (3x)