Koekejoe
Koekejoe is knetter, Koekejoe is gek,
hij eet met zijn handen, hij heeft zelfs geen bestek,
zijn baard hangt op zijn voeten, zijn haar tot op zijn gat,
hij is maffer dan een telraam en zo mager als een lat.
Hij is een luie parasiet, een groene vagebond,
hij hokt in zijn barak gelijk een vlo op een hond,
als de kinderen lastig zijn dan snauwen we ze toe :
braaf, af, koest, liggen, of 'k roep Koekejoe !
Volgens Gust was Koekejoe vroeger een Trappist,
haa, hij is nu geus geworden, knikkerterrorist,
vaak zie je 'm met zigeuners en met vreemde broebelaars,
in wat vurige-tongen-taal praat zoiets met elkaar?
Je moest 'm eens zien lopen in zijn lange korte broek,
'n Indiaan zou zeggen, in een cowboyboek :
die man is bezeten door de Manitoe
maar wij weten beter : Koekejoe is zot !
Koekejoe
Koekejoe é doido, Koekejoe é maluco,
ele come com as mãos, nem usa talher, é um absurdo,
sua barba chega nos pés, o cabelo até o bumbum,
ele é mais maluco que um ábaco e magro que um palito.
Ele é um parasita preguiçoso, um vagabundo verde,
vive na sua barraca igual a uma pulga em um cachorro,
se as crianças ficam enchendo o saco, a gente grita:
"cala a boca, deita, ou eu chamo o Koekejoe!"
Segundo o Gust, Koekejoe foi um trapista,
ha, agora ele virou um geu, terrorista de bolinha,
frequentemente você o vê com ciganos e com uns doidos,
numa língua de fogo, o que será que eles falam?
Você tinha que ver ele andando com seu short longo,
um índio diria, em um livro de cowboy:
esse cara tá possuído pelo Manitoo,
mas a gente sabe melhor: Koekejoe é doido!