De naarstigheid
Des morgens lang te slapen
Te geeuwen en te gapen
Staat leelijk voor een kind
Die altoos veel moet snappen
En zotte taal wil klappen
Ziet zelden zich bemind
Zou ik mijn tijd besteden
Aan duizend nietigheden?
'k Heb daar geen voordeel van
Mijn lessen wil ik leeren
Mijn meesters zal ik eeren
Dan word ik haast een man
A Tristeza
De manhã, dormir até tarde
Bocejar e se espreguiçar
Fica feio pra uma criança
Que sempre tem que entender
E quer falar besteira
Raramente se sente amado
Devo gastar meu tempo
Com mil coisas sem importância?
Não tiro nada disso pra mim
Quero aprender minhas lições
Vou honrar meus mestres
Assim, quase me torno um homem