395px

Stien

Liesbeth List

Stien

Ze zit in Huize Zeerust op de gaanderij
Daarbuiten langs het raam gaat het verkeer voorbij
Dat lijkt niet op de zee maar dat kan zij niet zien
Ze wordt vandaag al honderd en misschien
Komt burgemeester haar feliciteren
Want honderd lange jaren moet je eren
Honderd is tien maal tien en dat is heel erg oud
Bij Zeerust heet ze opoe maar ze was nooit getrouwd

Het is een oude vrijster die nooit iemand kuste
Dat denkt de zuster, maar Stien is een hoer in ruste
Ook hoeren worden oud, daar is niets aan te doen
Na zomers komen winters, daarna geen seizoen

refren':
Want de tijd glijdt
De tijd rijdt
De tijd slijt
De tijd wordt zo wijd
Je raakt er alles in kwijt
De tijd slijt
De tijd glijdt
De tijd splijt
De tijd wordt zo wijd
Je raakt er alles in kwijt

Ze zit in Huize Zeerust op de gaanderij
En in een grijze schemer trekken ze voorbij:
Een schimmenstoet van mannen, dat kan niemand zien
In het gedempte gaslicht, en misschien
Herkent ze niemand meer van al die heren
Die ooit bij mooie Stien de liefde kwamen leren
Toen ze nog jong was en haar haar van goud
Haar huid heel strak en zacht, haar ogen noorderblauw

Toen de matrozen op de wallen om haar vochten
Haar liefde kochten, een beetje warmte zochten
Ook hoeren worden oud, daar is niets aan te doen
Na zomers komen winters, daarna geen seizoen

refren'

refren'

Stien

Ela está na Casa Zeerust na varanda
Lá fora, pela janela, o trânsito passa
Não parece com o mar, mas ela não pode ver
Hoje ela faz cem anos e talvez
O prefeito venha parabenizá-la
Porque cem longos anos você deve honrar
Cem é dez vezes dez e isso é bem antigo
Na Zeerust, a chamam de vovó, mas nunca se casou

É uma velha solteirona que nunca beijou ninguém
É o que pensa a irmã, mas Stien é uma prostituta aposentada
Até as prostitutas envelhecem, não há nada a fazer
Depois do verão vêm os invernos, e depois não há estação

refrão:
Porque o tempo escorrega
O tempo passa
O tempo se desgasta
O tempo se expande
Você perde tudo nele
O tempo se desgasta
O tempo escorrega
O tempo se divide
O tempo se expande
Você perde tudo nele

Ela está na Casa Zeerust na varanda
E em uma penumbra cinza, eles passam:
Um desfile de sombras de homens, que ninguém pode ver
Na luz de gás suave, e talvez
Ela não reconheça mais nenhum daqueles senhores
Que um dia vieram aprender a amar com a linda Stien
Quando ela ainda era jovem e seu cabelo era dourado
Sua pele bem firme e macia, seus olhos azul do norte

Quando os marinheiros brigavam por ela nos bordéis
Compravam seu amor, buscando um pouco de calor
Até as prostitutas envelhecem, não há nada a fazer
Depois do verão vêm os invernos, e depois não há estação

refrão

refrão

Composição: