Amsterdamse kroeg
refr.:
Ik hou zo van een oude Amsterdamse kroeg
Die diepe bedstee in het veilig vaderhuis
Hier is het 's winters warm en 's zomers pluis
Hier krijg je vaak te veel en nooit genoeg
Ik hou zo van de plompe Nederlandse mannen
Die, ernstig drinkend diepe onzin zeggen
En met een vage glimlach weten uit te leggen
Waarom zij door het leven zijn verbannen
Ik hou zo van de zware moederloze kastelein
Die met de blik van een verschopte herdershond
Het kleine glas tilt naar zijn grote mond
Hij is mijn trouwe vriend, dat moet hij zijn
refr.
Ik hou zo van de afgetrapte honden
Die roerloos wachten naast des meesters voet
Tot hij uit armoe weer de straat op moet
Met balsem op zijn alledaagse wonden
Ik hou zo van het fonkelende drinken
En het "nou ja", dat in je hart ontluikt
Klein wordt de wereld, als ge wat gebruikt
Omdat de verten in het niets verzinken
Ik hou zo van een Amsterdamse kroeg
En van het zwijgend met gedachten spelen
Alleen het sluitinguur, voor mij en velen
Komt steeds te laat en altijd weer te vroeg
Ik hou zo van een oude Amsterdamse kroeg
Cervejaria de Amsterdã
refr.:
Eu amo uma velha cervejaria de Amsterdã
Aquela cama profunda na casa do pai seguro
Aqui é quente no inverno e suave no verão
Aqui você sempre recebe demais e nunca o suficiente
Eu amo os homens holandeses desajeitados
Que, bebendo sério, falam besteiras profundas
E com um sorriso vago conseguem explicar
Por que foram banidos da vida
Eu amo o pesado taberneiro sem mãe
Que com o olhar de um cachorro maltratado
Levanta o copo pequeno até a boca grande
Ele é meu amigo fiel, isso ele deve ser
refr.
Eu amo os cães surrados
Que esperam imóveis ao pé do mestre
Até que ele, na pobreza, tenha que sair de novo
Com bálsamo para suas feridas cotidianas
Eu amo a bebida cintilante
E o "bom, é isso aí", que brota no seu coração
O mundo fica pequeno, quando você usa um pouco
Porque as distâncias se dissolvem no nada
Eu amo uma cervejaria de Amsterdã
E de brincar em silêncio com os pensamentos
Só que a hora de fechar, para mim e para muitos
Sempre chega tarde e sempre cedo demais
Eu amo uma velha cervejaria de Amsterdã
Composição: Martin Van Dijk / Simon Carmiggelt