Blues bij de deur waar de man staat
Uit de steeg, over de brug, vanaf het plein, in de schouders de schok van de
trein. Vergeten, verwilderd, verdoofd, nog niet hier en meteen al beroofd.
We willen doen, we willen daar, we willen ook, omhoog met het spook van de
smoke. Het jeuken, het janken, de jacht, de God van het kwaad als hij
lacht.
Maar de man bij de deur wil niet wijken. 'Ga weg hier! Dit heeft toch geen
zin. Straks als het ergste voorbij is, mogen jullie er allemaal in.'
De straat is een gat in de grond. Onderin gaat de peuk in het rond. Dit
is vannacht ons domein. We wachten niet meer, we gaan zijn. Kijk even
naar Robbie de rat, een zweer in de buik van de stad. Een laadbak aan
schroot in z'n oor, maar ook ratteman mag er niet door.
De man bij de deur wil niet wijken. 'Ga weg hier! Dit heeft toch geen zin.
Straks als het ergste voorbij is, mogen jullie er allemaal in.'
Dien wordt de tent uitgezet. Ze ontloopt de klappen maar net. Ze lacht
als een onderaards dier en zegt: 'Blijven jullie maar hier.' Dan schieten
haar ogen vol haat en rukt ze een steen uit de straat. De haren staan
recht op haar rug, als ze roept: 'En nu wil ik terug!'
Maar de man bij de deur wil niet wijken. 'Ga weg hier! Dit heeft toch geen
zin. Straks als het ergste voorbij is, mogen jullie er allemaal in.'
Zo diep, zo donker, zo zacht, met je hand in de broek van de nacht.
Gesjochten en nothing to lose, een luis in het kruis van de blues. Ah,
Dien is nog steeds in gevecht, toch klinkt 't niet slecht wat ze zegt met
die stem van modder en bier: 'We komen niet verder dan hier.'
De man bij de deur wil niet wijken. 'Ga weg nou! Dit heeft toch geen zin.
Straks als het ergste voorbij is, mogen jullie er allemaal in.'
Een Mercedes vol lachen en lol. 'Kom mee naar dancing "Het Hol".'Wel
planken, maar nergens licht. Het hol zit pot en potdicht. De wagen
springt brullend vooruit, een aanval van roest en geluid. Met de ochtend
die schrikt van de zon zijn we weer terug waar het begon.
De man bij de deur wil niet wijken. 'Ga weg hier! Dit heeft toch geen zin.
Straks als het ergste voorbij is, mogen jullie er allemaal in.'
Blues na Porta onde o Homem Está
Saindo da viela, sobre a ponte, da praça, nos ombros o impacto do
trem. Esquecido, confuso, atordoado, ainda não aqui e já sendo
roubado. Queremos agir, queremos ir, queremos também, subir com o fantasma da
fumaça. A coceira, o choro, a caçada, o Deus do mal quando ele
ri.
Mas o homem na porta não quer ceder. 'Saiam daqui! Isso não faz
sentido. Quando o pior passar, vocês podem entrar todos.'
A rua é um buraco no chão. Embaixo, a bituca circula. Este
é nosso domínio esta noite. Não vamos esperar mais, vamos ser. Olha só
para o Robbie, o rato, uma ferida na barriga da cidade. Um caçamba de
sucata no ouvido, mas nem o homem-rato pode passar.
O homem na porta não quer ceder. 'Saiam daqui! Isso não faz
sentido. Quando o pior passar, vocês podem entrar todos.'
Dien é expulsa da tenda. Ela escapa dos golpes por pouco. Ela ri
como um animal subterrâneo e diz: 'Fiquem aqui.' Então seus olhos
se enchem de ódio e ela arranca uma pedra da rua. Os cabelos ficam
em pé nas costas, enquanto ela grita: 'E agora eu quero voltar!'
Mas o homem na porta não quer ceder. 'Saiam daqui! Isso não faz
sentido. Quando o pior passar, vocês podem entrar todos.'
Tão profundo, tão escuro, tão suave, com a mão na calça da noite.
Desesperados e sem nada a perder, um piolho no meio do blues. Ah,
Dien ainda está lutando, mas não soa mal o que ela diz com
aquela voz de lama e cerveja: 'Não vamos passar daqui.'
O homem na porta não quer ceder. 'Saiam agora! Isso não faz
sentido. Quando o pior passar, vocês podem entrar todos.'
Um Mercedes cheio de risadas e diversão. 'Venham para a dança "O Buraco".'
Tem tábuas, mas não tem luz. O buraco está trancado e
fechado. O carro avança rugindo, um ataque de ferrugem e som. Com a manhã
que se assusta com o sol, estamos de volta onde tudo começou.
O homem na porta não quer ceder. 'Saiam daqui! Isso não faz
sentido. Quando o pior passar, vocês podem entrar todos.'