395px

Árvores da Dor

André Van Den Heuvel

Pijnbomen

Toen ze wegging bij de dokter, een receptje in haar tas
En zijn zorgelijke stem nog in haar oren
Had de pijn een naam gekregen, wist ze dat het reuma was
En dat alles nooit meer zijn zou als tevoren
In haar flatje aangekomen, is ze op de bank gaan zitten
Lichtgebogen, met haar regenjas nog aan
En zo heeft ze in haar eentje tien minuten zitten huilen
En toen is ze naar de apotheek gegaan

Maanden kon ze moeilijk wennen aan een leven als patient
En een toekomst in het teken van verliezen
Ook de baan waarop ze trots was, want ook daaraan kwam een end
Maar ze had de dingen niet meer voor het kiezen
Zelfs de dagelijkse zaken gaven meer en meer problemen
Elke handeling werd een huzarenstuk
Koffie zetten, veters strikken, telkens liet ze kopjes vallen
En die scherven brachten zelden nog geluk

Maar er waren ook wel dagen dat het beter ging met haar
Dat ze, net als vroeger, wandelingen maakte
Uren door de duinen dwaalde met het zonlicht op haar haar
Zonder dat ze een keer buiten adem raakte
En dan zag ze hoge dennen
Wuiven boven struik en braam
'Pijnbomen', dacht ze
'Wat een wonderlijke naam'

Met de jaren werd ze zieker, kon ze minder dan ze mocht
Mocht ze minder dan de dokter haar zou gunnen
En al slikte ze haar pillen en al knokte ze en vocht
Onafwendbaar kwam die dag van niks meer kunnen
Op een ochtend in augustus kwam een witte ambulance
En ze zag hem en ze wist: "Die komt voor mij"
Dat men eindelijk geslaagd was om een plaatste vrij te maken
In zo'n huis vol zieke mensen zoals zij

Af en toe reed een verpleegster eens een eindje met haar rond
Door de grote tuin met oude dennebomen
En dan piekerde ze over wat haar nog te wachten stond
En dan voelde ze opnieuw de tranen komen
En dan keek ze naar haar handen
Net zo knoestig, even krom
'Pijnbomen', dacht ze
Maar ze wist allang waarom

Árvores da Dor

Quando ela saiu do médico, com uma receita na bolsa
E a voz preocupada dele ainda ecoando em seus ouvidos
A dor ganhou um nome, ela soube que era reumatismo
E que nada seria como antes, nunca mais
Ao chegar em seu apê, sentou-se no sofá
Com a chuva caindo, ainda vestida com o casaco
E assim, sozinha, passou dez minutos chorando
E então foi até a farmácia

Meses se passaram e ela teve dificuldade em se acostumar com a vida de paciente
E um futuro marcado por perdas
Até o emprego do qual se orgulhava, pois isso também chegou ao fim
Mas ela não tinha mais opções a escolher
Até as coisas do dia a dia trouxeram mais e mais problemas
Cada ato se tornava um desafio
Fazer café, amarrar os cadarços, sempre deixava as xícaras caírem
E os cacos raramente traziam felicidade

Mas havia dias em que as coisas melhoravam para ela
Que, como antes, fazia caminhadas
Perdia horas nas dunas com a luz do sol em seu cabelo
Sem nunca ficar sem fôlego
E então via altos pinheiros
Sussurrando acima dos arbustos e amoras
'Árvores da dor', pensou ela
'Que nome curioso'

Com os anos, ela ficou mais doente, podia fazer menos do que deveria
Fazia menos do que o médico desejava para ela
E mesmo tomando seus remédios, lutando e brigando
Inevitavelmente chegou o dia em que não pôde mais fazer nada
Em uma manhã de agosto, uma ambulância branca chegou
E ela o viu e soube: 'Essa vem por mim'
Que finalmente conseguiram um lugar vago
Em uma casa cheia de pessoas doentes como ela

De vez em quando, uma enfermeira a levava para dar uma volta
Pelo grande jardim com velhos pinheiros
E então ela pensava sobre o que ainda a aguardava
E sentia as lágrimas voltarem
E olhava para suas mãos
Tão nodosas, tão tortas
'Árvores da dor', pensou ela
Mas ela já sabia o porquê.

Composição: