395px

Como Era Bonita a Vida

Benny Neyman

Wat Was Het Leven Mooi

Wat was het leven mooi in het straatje waar ik woonde
Ons huis was maar heel klein, de zesde van de rij
Een doodnormale buurt waar iedereen gewoon deed
Maar toch was het voor mij het grootste droompaleis
We hadden er een tuin van vier vierkante meter
En altijd scheen de zon, althans zo leek het nou
Wat hadden wij het goed al hebben we het nu beter
De tuin was altijd groen, de lucht was altijd blauw
En ergens in de buurt had je zo'n kleine winkel
Gezellig op een hoek waar ik toen heel vaak kwam
Eenvoudig en niet duur, zo'n Winkeltje van Sinkel
Met kruiden en met koek, gewogen op de gram
We speelden nog op straat, we vochten op het schoolplein
Ik rookte met een maat m'n eerste sigaret
Dan kreeg ik het te kwaad, werd duizelig, kreeg hoofdpijn
Een beetje kattenkwaad maar ach, we hadden pret

We kenden nog geen stress, we kenden geen ellende
We hadden nog ontzag voor onze Lieve Heer
En melk zat in een fles, het is bijna een legende
En buiten hing de was, we kennen het niet meer
En zondags naar de kerk, dat moesten we van oma
We zongen alles mee in ons zondagse pak
Maar god, we hadden pret en 's middags speelde Rhoda
Weer tegen PSV of tegen NEC of NAC
En 's avonds op teevee een kwartje per seconde
En Pipo en Ageeth of de Vuist van Willem Duys
Mies Bouwman in zwart wit en mooi dat wij haar vonden
Dus zat de hele bups gekluisterd aan de buis
Dat was het leven mooi in het straatje waar ik woonde
Het is voorgoed voorbij, het komt nooit meer terug
Het huisje in die rij hebben ze afgebroken
De winkel, die is weg, de mensen zijn gevlucht
Maar rij ik er voorbij dan zie ik het weer voor me
Dan ruik ik haast vanzelf die zoete spruitjes geur
Toch zal ik er mijn leven lang wel blijven wonen
Al staan er nu dan flats met drempels voor de deur

Wat hadden wij het goed, wat waren wij gelukkig
En altijd scheen de zon, en altijd weer mooi weer
De vruchten smaakte zoet, de oogst kon nooit mislukken
De buurt is doodgebloed, het huis staat er niet meer

Como Era Bonita a Vida

Como era bonita a vida na ruazinha onde eu morava
Nossa casa era bem pequena, a sexta da fila
Um bairro bem normal onde todo mundo agia normal
Mas pra mim era o maior castelo dos sonhos
Tínhamos um jardim de quatro metros quadrados
E o sol sempre brilhava, ou pelo menos parecia
Como estávamos bem, mesmo que agora estejamos melhor
O jardim era sempre verde, o céu sempre azul
E em algum lugar por perto tinha uma lojinha
Aconchegante na esquina onde eu ia muito
Simples e não cara, uma Lojinha do Sinkel
Com temperos e biscoitos, pesados na grama
Brincávamos na rua, brigávamos no pátio da escola
Eu fumava com um amigo meu meu primeiro cigarro
Então eu passei mal, fiquei tonto, tive dor de cabeça
Um pouco de travessura, mas ah, como nos divertíamos

Não conhecíamos estresse, não conhecíamos tristeza
Ainda tínhamos respeito pelo nosso Senhor
E o leite vinha em garrafa, quase uma lenda
E a roupa secava do lado de fora, não conhecemos mais isso
E aos domingos íamos à igreja, era o que a vovó queria
Cantávamos tudo junto em nosso traje de domingo
Mas Deus, como nos divertíamos e à tarde jogava Rhoda
Contra o PSV ou contra o NEC ou NAC
E à noite na TV um centavo por segundo
E Pipo e Ageeth ou a Mão de Willem Duys
Mies Bouwman em preto e branco e como a achávamos linda
Então a turma toda grudava na tela
Como era bonita a vida na ruazinha onde eu morava
Isso acabou pra sempre, nunca mais vai voltar
A casinha na fila foi demolida
A loja se foi, as pessoas fugiram
Mas quando passo por lá, vejo tudo de novo
Quase sinto o cheiro doce dos brócolis
Ainda vou morar lá a vida toda
Mesmo que agora tenham prédios com degraus na porta

Como estávamos bem, como éramos felizes
E o sol sempre brilhava, e sempre fazia bom tempo
As frutas tinham gosto doce, a colheita nunca falhava
O bairro está morto, a casa não está mais aqui

Composição: