Katwijk Aan Zee 1966 (Ballade van een zomerdag)
Mijn vader valt in slaap
Op het strand
De wind die bladert
Door zijn krant
En leest
Wat er is geweest
Wat er is gezegd
Zij heeft geen oordeel
En zij spreekt
Geen recht
Mijn moeder neemt mij mee
Naar de zee
Tot aan mijn knieën
In het water
Mijn vader ligt
Nog steeds te slapen
En vergeet
Wat er is geweest
Wat er is gezegd
Hij heeft geen oordeel
En hij spreekt
Geen recht
Ik zie de witte huizen
Langs de boulevard
Voor de Vuurbaak
Staat een kunstenaar
Hij schildert en schudt
De wereld door elkaar
En maakt de leugen
Waar
De wind die draait
De zeilboot keert
En laveert
Tegen de stroom
Van wat er is geweest
Wat er is gezegd
Hij heeft geen oordeel
En hij spreekt
Geen recht
Katwijk à Beira-Mar 1966 (Balada de um Dia de Verão)
Meu pai tá pegando no sono
Na praia
O vento folheia
Seu jornal
E lê
O que já aconteceu
O que foi dito
Ela não tem julgamento
E ela não fala
Nenhum direito
Minha mãe me leva
Pra beira do mar
Até os meus joelhos
Na água
Meu pai ainda tá
Dormindo tranquilo
E esquece
O que já aconteceu
O que foi dito
Ele não tem julgamento
E ele não fala
Nenhum direito
Eu vejo as casas brancas
Ao longo da orla
Na frente do Farol
Tem um artista
Ele pinta e sacode
O mundo todo
E faz a mentira
Virar verdade
O vento que gira
O barco de vela volta
E navega
Contra a correnteza
Do que já aconteceu
Do que foi dito
Ele não tem julgamento
E ele não fala
Nenhum direito