395px

Os Dois Jovens Amantes...

Brammetje

De twee jonge gelieven...

Zij zijn de twee jonge gelieven
Van deze merkwaardige tijd
En beiden hun jeugd en hun jonkheid
Al lang voor hun achttiende kwijt;
Zij zijn al zo hard als twee bikkels
In zaken en zakelijkheid
En net als het proza van Vestdijk
Verstrakt in de realiteit

Zij hebben geen huis om te wonen
Maar wensen geen hut op de hei
En ook geen poetisch verzinsel
Van nestjes met eitjes in mei;
Zij willen een flat met een douche-cel
Twee kamers, een keukentje - uit
En daarin twee werkende mensen
Inplaats van een bruigom en bruid

Zij klitten ook niet aan elkander
Zij fietsen en lopen steeds los
En zitten volkomen koelbloedig
Op bankjes en zo in het bos;
Zij zullen te goeder tijd trouwen
Concessies aan pa en aan ma
En daarna uitsluitend verkeren
Met lui van de P. van de A.

Zij zijn het stel jonge gelieven
Dat ons thans als tijdbeeld verblijdt;
Maar Wij, de papa's en de opa's
Wij schiepen het beeld EN de tijd
Wij lieten aan hen slechts een wereld
Van puin en van rommel en schijn
Om daarin in jeugd en in jonkheid
Twee jonge gelieven te zijn

Os Dois Jovens Amantes...

Eles são os dois jovens amantes
Dessa época tão estranha
E ambos perderam sua juventude
Muito antes dos dezoito anos;
Eles são duros como pedras
Nos negócios e na realidade
E assim como a prosa de Vestdijk
Se endurece na verdade

Eles não têm casa pra morar
Mas não querem um barraco no mato
E também não querem uma fantasia
De ninhos com ovos em maio;
Eles querem um apê com chuveiro
Dois quartos, uma cozinha - fora
E lá dentro, duas pessoas trabalhando
Em vez de um noivo e uma noiva

Eles também não ficam grudados
Andam de bike e sempre soltos
E sentam-se bem tranquilos
Em bancos e assim no bosque;
Eles vão se casar a seu tempo
Fazendo concessões pro pai e pra mãe
E depois só vão se relacionar
Com a galera do P. da A.

Eles são o casal jovem amante
Que nos alegra como retrato do tempo;
Mas nós, os papais e os vovôs
Criamos a imagem E o tempo
Deixamos pra eles apenas um mundo
De entulho e de bagunça e ilusão
Pra que neles, na juventude
Sejam dois jovens amantes.

Composição: Leon Boedels