Ome
Het kleinste meisje van de buren
Loopt 's avonds dikwijls bij hem op;
Dan komt ze plaatjes bij hem kijken
Dan moet hij praten met haar pop;
Dan zit ze op een voetenbankje
Of op het randje van z'n stoel
Dan krijgt hij vaak, als oom Johannes
Zo'n armelui's gevoel
Dan zegt ze: "Oom, u is veel liever
Dan alle omes, die ik ken
Want u zit nooit op me te brommen
Wanneer ik 's avonds bij u ben;
En u zegt nooit: "He kind, schei uit nou
Zit niet te hangen op je stoel!"
En als ik vraag om een verhaaltje
Weet u precies wat ik bedoel
En oom Johan, waar is uw tante
En waarom woont u zo alleen
En als ik strakjes nou weer weg ben
Waar gaat u dan vanavond heen
En houd u heus van mij het meeste
Van alle kinderen?... Betoel??..."
Dan zegt hij: "Eet jij nou maar koekjes
Jij vraagt, verdikkeme, zo'n boel!..."
En als de baboe haar komt halen
Omdat het eten op haar wacht
Dan zegt ze, na nog een verhaaltje
Haar ome netjes goeiennacht
............
Dan zit hij voor zich uit te kijken
Zo in z'n eentje... zonder doel
Dan schrijnt hem weer, als elke avond
Dat armelui's gevoel
Tio
A menor menina da vizinhança
Vem aqui em casa quase toda noite;
Aí ela vem ver os desenhos
E ele tem que conversar com a boneca;
Ela senta num banquinho
Ou na beirada da cadeira dele;
Ele sente, como o tio João,
Aquela sensação de pobreza.
Então ela diz: "Tio, você é muito mais legal
Do que todos os tios que eu conheço;
Porque você nunca fica resmungando
Quando eu venho aqui à noite;
E você nunca diz: 'Ei, criança, para com isso
E não fica pendurada na sua cadeira!'
E quando eu peço uma história
Você sabe exatamente o que eu quero.
E tio João, onde está sua tia
E por que você mora tão sozinho?
E se eu for embora agora
Para onde você vai à noite?
E você realmente gosta de mim mais
Do que todas as crianças?... Sério??..."
Então ele diz: "Come mais biscoitos
Você pergunta, caramba, um monte!..."
E quando a babá vem buscá-la
Porque a comida está esperando por ela;
Então ela diz, depois de mais uma história,
Um boa noite bem educado para o tio.
............
Então ele fica olhando para o nada
Assim, sozinho... sem propósito;
Então ele sente de novo, como toda noite,
Aquela sensação de pobreza.