395px

Poesia...

Brammetje

Poezie...

Een handjevol bloemen, een strik, een gedicht
Dat gaf je elkaar in de dagen
Toen 't meisje het haar nog niet opsteken mocht
En 't jog nog een pofbroek moest dragen;
Een handjevol bloemen... een kleur als een roos
En 't ging nog zo stijf... zo onhandig
En toch... als de pa of de meester het wist
Het leek... nee, het was haast losbandig

Het meisje werd ouder, zijn kuitbroek werd lang
Zij groeiden van binnen naar buiten
En zij kon tenslotte, veel eerder dan hij
Tot liefde voor 't leven besluiten;
"En 't leven", sprak moeder, "is droom noch gedicht
Dat moet je verstandig bekijken
En hoe en wanneer of zo'n jongen iets wordt
Och kind, dat moet alles nog blijken!"

Zij trouwde dus met een meneer met een baan
Toen 't joggie nog groen liep in Leiden
Een sluier, boeketten en zilver en goud
Een meisje om echt te benijden
En 't meisje werd vrouw en Mevrouw en nog meer
Een vrouw met positie en plichten
Met dure attenties... met byouterie
Maar zonder goedkope gedichten

Ze groeide, gedijde en zette zich uit
Tot Proza en tot Mevrouw Jansen
En dat, wat ze voelde voor flut-poezie
Dat bleek als ze 's avonds ging dansen
Een handjevol bloemen, een strik, een gedicht
Dat is ze volkomen vergeten
En dat met die pofbroek, he jasses!, he foei!
Dat wil ze voor niemand meer weten

Poesia...

Um punhado de flores, um laço, um poema
Que vocês trocavam nos dias
Quando a menina ainda não podia prender o cabelo
E o garoto ainda tinha que usar calças largas;
Um punhado de flores... uma cor como a rosa
E tudo era tão rígido... tão desajeitado
E ainda assim... se o pai ou o professor soubessem
Parecia... não, era quase libertino

A menina cresceu, suas calças ficaram longas
Eles cresceram de dentro para fora
E ela pôde, muito antes que ele
Decidir amar a vida;
"E a vida", disse a mãe, "não é sonho nem poema
Você precisa olhar isso com sabedoria
E como e quando um garoto se torna algo
Ah, meu filho, isso ainda vai se revelar!"

Então ela se casou com um cara que tinha um emprego
Quando o garoto ainda era verde em Leiden
Um véu, buquês e prata e ouro
Uma menina para realmente se invejar
E a menina se tornou mulher e Senhora e mais
Uma mulher com posição e obrigações
Com presentes caros... com bijuterias
Mas sem poemas baratos

Ela cresceu, prosperou e se expandiu
Para Prosa e para Senhora Jansen
E aquilo que sentia por poesia de quinta
Aparecia quando ia dançar à noite
Um punhado de flores, um laço, um poema
Ela esqueceu completamente disso
E aquele negócio das calças largas, que coisa!, que horror!
Ela não quer mais saber disso de jeito nenhum