Opleving II
Gelijkmatig tolt de hefboom in mijn gedachten
maar de takel die moet grijpen is verward
want liefde en begrip worden gegrepen
door speelse varianten van het hart.
Dus keer ik om met die gedachten
op snelle schepen en met een wind,
Met een wind die zal huilen
zo hard dat ik zal sidderen van geluk
dat de zeilen van de mast dreigen te scheuren
zo snel keer ik terug.
Langs mij zelf zocht ik naar een derde
In een krachtveld dat geladen was met hoop
een hoop die uitzicht geeft op nevels
laat mij terug gaan naar jouw zon,
Op klippers en op barkentijnen
op een polakker of een galjoen,
En met een wind die zal huilen
zo hard dat ik zal sidderen van geluk
dat de zeilen van de mast dreigen te scheuren
zo snel keer ik terug.
Daar waar de zee een spreekbuis is van stilte
daar heeft de horizon mijn woord weerkaatst
een stil verdriet heb ik gedronken
uit een stenen bed ben ik ontwaakt,
Matrozen, zeelui, officieren,
verstekelingen hou je vast
Want de wind gaat huilen
zo hard dat ik zal sidderen van geluk
dat de zeilen van de mast dreigen te scheuren
zo snel keer ik terug.
Ressurgência II
Igualmente gira a alavanca na minha mente
mas o guincho que deve agarrar está confuso
pois amor e compreensão são capturados
por variantes brincalhonas do coração.
Então eu me viro com esses pensamentos
em barcos rápidos e com um vento,
Com um vento que vai uivar
tão forte que eu vou tremer de felicidade
que as velas do mastro ameaçam rasgar
tão rápido eu volto.
Ao meu redor eu procurei por um terceiro
Em um campo de força carregado de esperança
e uma esperança que dá vista para neblinas
me leva de volta ao seu sol,
Em clippers e em barcaças
em um polaco ou um galeão,
E com um vento que vai uivar
tão forte que eu vou tremer de felicidade
que as velas do mastro ameaçam rasgar
tão rápido eu volto.
Lá onde o mar é um porta-voz do silêncio
lá o horizonte refletiu minha palavra
um triste silêncio eu bebi
acordei de uma cama de pedra,
Marinheiros, homens do mar, oficiais,
fugitivos, segurem-se firme
Pois o vento vai uivar
tão forte que eu vou tremer de felicidade
que as velas do mastro ameaçam rasgar
tão rápido eu volto.