Zondagmiddag Buitenveldert
Het weer is net wat opgehelderd
't Is zondagmiddag, Buitenveldert
De flats zijn hoog en goed gebouwd
Daartussen is het kaal en open
De jongen en het meisje lopen
Er eenzaam en verliefd en koud
De groenstrook langs de supermarkt
Ligt nog te jong, te aangeharkt
Tussen de voorrangswegen
Hij zegt "ik wil met je naar bed"
Zij hoort het niet want er daalt net
Gierend een DC-9
Mannen met stomme-filmgebaren
Staan doelloos uit het raam te staren
Tot het begin van Monitor
En volgen langs de Avrobode
Daarbuiten om de tijd te doden
De twee in 't troosteloos decor
Het meisje zegt "ik hou van jou"
De jongen denkt "waar kan het nou"
De hele boel zit tegen
Hij drukt zijn nagels in haar hand
En laag scheert over het wijde land
Alweer een DC-9
Ze staan verloren in de vlakte
Hij denkt "als ik 'r hier eens pakte
Voor het oog van heel de nette buurt"
Zij denkt wat ze in de verte bouwen
Is misschien klaar als wij gaan trouwen
Maar God weet hoe lang dat nog duurt
't Is zondagmiddag, eindeloos
In blokkendoos na blokkendoos
Zeggen ze "er komt regen"
De twee gaan schuilen in een portiek
Voor regen, leegte en publiek
Er gaat een licht aan hier en daar
Zondag half vijf, het glas staat klaar
Er worden zakjes friet gehaald
Laag over Buitenveldert daalt
Huilend een DC-9
Tarde de Domingo em Buitenveldert
O tempo acabou de clarear
É domingo à tarde, Buitenveldert
Os prédios são altos e bem construídos
Entre eles, é vazio e aberto
O garoto e a garota caminham
Sozinhos, apaixonados e com frio
A área verde ao lado do supermercado
Ainda é jovem, muito arrumada
Entre as vias principais
Ele diz "quero ir pra cama com você"
Ela não ouve porque acaba de descer
Gritando um DC-9
Homens com gestos de filme bobo
Estão olhando sem rumo pela janela
Até o começo do Monitor
E seguindo pela Avrobode
Lá fora, para passar o tempo
Os dois no cenário desolador
A garota diz "eu te amo"
O garoto pensa "o que pode acontecer agora"
Tudo parece contra
Ele aperta as unhas na mão dela
E voa baixo sobre a vasta terra
Mais um DC-9
Eles estão perdidos na planície
Ele pensa "se eu a pegasse aqui
À vista de todo o bairro arrumado"
Ela pensa no que estão construindo à distância
Talvez esteja pronto quando formos nos casar
Mas Deus sabe quanto tempo isso ainda vai levar
É domingo à tarde, sem fim
Em caixa após caixa
Dizem que "vai chover"
Os dois se abrigam em um alpendre
Da chuva, do vazio e do público
Uma luz acende aqui e ali
Domingo, cinco e meia, o copo está pronto
Estão pegando saquinhos de batata frita
Baixando sobre Buitenveldert
Chorando um DC-9
Composição: Harry Bannink, Frans Halsema, Michiel Plas