395px

O Filho do Pescador Kwakman

Freek de Jonge

De Zoon Van Visser Kwakman

In het kleine vissersdorpje
Aan de oude Lange Kaa
Wacht de zoon van visser Kwakman
Op de terugkeer van zijn pa
Hij kijkt halsreikend naar de einder
Van het grote IJsselmeer
En gelijk een sneeuwvlok op een molshoop
Daalt de winteravond neer

Overmorgen is het Kerstmis
En pa moet zingen in het koor
"Wat zit je daar te kleumen, Klaasje"
Klinkt plots de stem van de pastoor
"Ik wacht op vader, die is vissen
Met Kerstmis is hij altijd thuis"
"Dan moet jij maar op God vertrouwen"
Zegt de pastoor en slaat een kruis

Maar het is nu al half negen
En er is nog geen mast te zien
Terwijl de knaap zit te vertrouwen
Wordt het ongemerkt hlf tien
Buiten wordt het almaar kouder
Ja, zijn neus bevriest zowat
Dan schiet hem opeens te binnen
Als ik eens tot Jezus bad

Devoot vouwt hij de verkleumde knuistjes
En vraagt: "heer Jezus, is mijn vader ver
Dronken of nog aan het vissen"
Dan opeens ziet hij een ster
"Kijk in die ster, dat is een spiegel"
Klinkt er een onbekende stem
Hij kijk omhoog en ziet zijn vader
Voor op het schip, die zwaait naar hem

Dit wordt de vissersknaap te machtig
Hij rent naar huis, naar moeder toe
Onkundig om een woord te zeggen
"Wees maar gerust", troost hem zijn moe
En eindelijk, na een mok anijsmelk
Komt de knaap weer wat bij stem
Struik'lend over zijn tong zegt hij
"... Ik zag de ster van Bethlehem"

"En in die ster zag ik ons vader
Zwaaiend op de voorplecht staan
Ja, dat zag ik, weet nu zeker
Die komt overmorgen aan"
Moeder brengt de knaap naar boven
En legt hem koesterend op een oor
En inderdaad ontbreekt kerstavond
Kwakman niet in het mannenkoor

Laat ons, kinderen, hieruit leren
Te vertrouwen op die Ster
Want daarin zie je steeds je Vader
Ook al is hij nog zo ver

O Filho do Pescador Kwakman

No pequeno vilarejo de pescadores
À beira do velho Lange Kaa
Espera o filho do pescador Kwakman
Pela volta do seu pai
Ele olha ansioso para o horizonte
Do grande IJsselmeer
E como um floco de neve em um monte de tocos
Desce a noite de inverno

Depois de amanhã é Natal
E papai tem que cantar no coral
"O que você tá fazendo aí, Klaasje?"
A voz do padre ecoa afinal
"Estou esperando meu pai, que tá pescando
No Natal ele sempre tá em casa"
"Então você deve confiar em Deus"
Diz o padre e faz o sinal da cruz

Mas já são quase nove horas
E não se vê nenhum mastro
Enquanto o garoto fica esperando
Sem perceber, já é quase dez
Lá fora tá cada vez mais frio
Sim, seu nariz tá quase congelando
Então de repente ele se lembra
Quando eu rezei pra Jesus

Devoção, ele junta as mãozinhas frias
E pergunta: "Senhor Jesus, meu pai tá longe?
Bêbado ou ainda pescando?"
Então de repente ele vê uma estrela
"Olha naquela estrela, é um espelho"
Vem uma voz desconhecida
Ele olha pra cima e vê seu pai
Na proa do barco, acenando pra ele

Isso é demais pro menino pescador
Ele corre pra casa, pra mãe
Sem saber o que dizer
"Fica tranquilo", o conforta sua mãe
E finalmente, depois de um gole de leite de anis
O garoto volta a ter voz
Gaguejando, ele diz
"... Eu vi a estrela de Belém"

"E naquela estrela eu vi nosso pai
Acenando na proa do barco
Sim, eu vi, agora tenho certeza
Ele chega depois de amanhã"
A mãe leva o garoto pra cima
E o coloca carinhosamente pra dormir
E de fato, na véspera de Natal
Kwakman não falta ao coral dos homens

Vamos, crianças, aprender com isso
A confiar naquela Estrela
Pois nela você sempre vê seu Pai
Mesmo que ele esteja tão longe.

Composição: