395px

Atrás da Porta do Céu

Boudewijn De Groot

Achter de hemelpoort

het was een reis van zeven dagen en de nachten waren lang
maar ik had meestal goed gezelschap en ik was zelden bang
aan de andere kant van de heuvels was het gras niet altijd groen
ik zou liegen als ik zei dat ik het over wilde doen

't was bij het vallen van de avond toen de zon aan de einder stond
dat ik aan het einde van de velden mijn reisbestemming vond
in duizend boeken en verhalen had ik gelezen en gehoord
van de vrede in het paradijs achter de hemelpoort

de poort was klein en sober, een simpele houten deur
in een muur van ruwe steen en van een onbestemde kleur
geen stralenkrans, geen hemels licht, geen fier wapperende vlag
alleen bordje waarop stond: wij zijn geopend op de Laatste Dag

ik klopte aarzelend aan want dit was zo'n moment
waarop de grote leegte gaapt als je hoort dat je niet welkom bent
aan het einde van een zware reis en vermoeid tot op het bot
maar ik zou antwoord krijgen op de vraag: wie of wat is God

de poort ging open en een man met baard keek me vriendelijk aan
het is vandaag je laatste dag, zei hij, je mag naar binnen gaan
mijn naam is Petrus, je hebt wel eens van me gehoord misschien
natuurlijk, zei ik, maar wat ik vragen wou; mag ik God heel even zien?

Petrus zweeg een ogenblik en keek me nietbegrijpend aan
wie zeg je, vroeg hij met gefronste blik, ik heb je niet goed verstaan
ik zei het opnieuw en Petrus reageerde wat verstoord
God, herhaalde hij, die naam heb ik nog nooit gehoord
er is niemand die zo heet hier achter de hemelpoort

en Jezus, riep ik vertwijfeld en met dichtgeknepen keel
Jezus ken ik wel, zei Petrus, maar zo heten er zoveel
en Allah dan, probeerde ik, of Jaweh, klinkt dat misschien bekend
nee, het spijt me, zei Petrus, maar denk nu niet dat je niet welkom bent

ik liet de poort voor wat hij was en trok weer de velden in
het paradijs zonder God had voor mij totaal geen zin
na vele uren wandelen bij het licht van zon en maan
zag ik tussen dahlia's en asters een schamel hutje staan

een kluizenaar, zo leek het wel, een zonderling of een herder
en het einde van mijn reis, want achter de hut ging het niet verder
wie leeft er nu op de grens van het alles en het niets
een uitgestotene misschien, de duivel of zoiets

ik naderde de hut en keek nieuwsgierig door de ruit
aan een tafel zat een echtpaar, ze dronken thee en aten fruit
ze wenkten me naar binnen en toen ik bij hen zat
ontdekte ik de hemel in de nerven van het tafelblad

daar zag ik het stof der eeuwen tussen de kruimels van het ontbijt
en aan de muur tikte de wijzerloze klok der eeuwigheid
het echtpaar lachte me toe en zei met zachte stem:
welkom in onze woning, aangenaam, wij zijn hem

u zocht ons en u vond ons, als dat de zin is van uw bestaan
dan valt er dus niets te zeggen en kunt u in vrede gaan
ik vroeg: waarom zwijgt u zo angstvallig over uw aanwezigheid
ze antwoordden: het weten maakt een einde aan de oneindigheid

ach, u weet wel, het simpele verhaal van de wortel en het paard
ons vinden is de moeite van het zoeken nimmer waard
dus ga terug naar het paradijs want dat is waar u hoort
u zult vergeten wat u hier zag, opdat de rust niet wordt verstoord
maar in gedachte zijn we bij u daar achter de hemelpoort

Atrás da Porta do Céu

foi uma viagem de sete dias e as noites eram longas
mas eu geralmente tinha boa companhia e raramente tinha medo
do outro lado das colinas a grama nem sempre era verde
eu estaria mentindo se dissesse que queria fazer tudo de novo

foi ao cair da noite quando o sol estava no horizonte
que eu encontrei meu destino no final dos campos
em mil livros e histórias eu tinha lido e ouvido
sobre a paz no paraíso atrás da porta do céu

a porta era pequena e simples, uma porta de madeira
em uma parede de pedra bruta e de uma cor indefinida
sem auréola, sem luz celestial, sem bandeira tremulante
apenas uma placa que dizia: estamos abertos no Último Dia

bati hesitante, pois esse era um momento
em que o grande vazio se abre quando você ouve que não é bem-vindo
no final de uma longa jornada e exausto até os ossos
mas eu teria resposta para a pergunta: quem ou o que é Deus

a porta se abriu e um homem de barba me olhou amigavelmente
hoje é seu último dia, disse ele, você pode entrar
meu nome é Pedro, talvez você já tenha ouvido falar de mim
claro, eu disse, mas o que eu queria perguntar; posso ver Deus por um momento?

Pedro ficou em silêncio por um instante e me olhou sem entender
quem você diz, perguntou ele com a sobrancelha franzida, não entendi direito
eu disse de novo e Pedro reagiu um pouco incomodado
Deus, repetiu ele, esse nome eu nunca ouvi
não há ninguém com esse nome aqui atrás da porta do céu

e Jesus, eu clamei desesperado e com a garganta apertada
Jesus eu conheço, disse Pedro, mas muitos têm esse nome
e Alá então, tentei, ou Javé, isso soa familiar?
não, sinto muito, disse Pedro, mas não pense que você não é bem-vindo

deixei a porta como estava e voltei para os campos
o paraíso sem Deus não fazia sentido para mim
após muitas horas caminhando à luz do sol e da lua
vi entre dálias e asters uma cabana humilde

um eremita, parecia, um solitário ou um pastor
e o fim da minha jornada, pois atrás da cabana não havia mais caminho
quem vive agora na fronteira do tudo e do nada
um excluído talvez, o diabo ou algo assim

me aproximei da cabana e olhei curioso pela janela
à mesa estava um casal, eles tomavam chá e comiam frutas
eles me acenaram para entrar e quando me sentei com eles
descobri o céu nas veias da mesa

aí vi o pó dos séculos entre as migalhas do café da manhã
e na parede, o relógio sem ponteiros da eternidade
o casal sorriu para mim e disse com voz suave:
bem-vindo à nossa casa, prazer, nós somos ele

você nos procurou e nos encontrou, se esse é o sentido da sua existência
então não há nada a dizer e você pode ir em paz
perguntei: por que vocês silenciam tão cautelosamente sobre sua presença?
elas responderam: saber acaba com a infinitude

ah, você sabe, a simples história da cenoura e do cavalo
nos encontrar nunca vale a pena a busca
então volte para o paraíso, pois é lá que você pertence
você vai esquecer o que viu aqui, para que a paz não seja perturbada
mas em pensamento estamos com você lá atrás da porta do céu