395px

Meu Eu

Harrie Jekkers

Mijn Ikken

Soms roep ik mijn ikken bij elkaar
Ik heb inmiddels al een aardig reservoir
En als ik dan vraag: "He welke ik is eigenlijk waar"
"Ik, ik, ik", roepen mijn ikken dan door elkaar
En dan zwaai ik met mijn voorzittershamer
Verzoek om stilte in mijn bovenkamer
En dan geef ik met een vorstelijk gebaar
Het woord aan mijn ik van negen jaar
Hij woont nog in mijn binnenkant

Kijk, daar loopt-ie met een gulden voor de kapper
Maar hij geeft zijn gulden uit aan veterdrop
Want hij vindt: 't maar een stomme lul, die kapper
Wat je ook vraagt, hij knipt altijd zo'n stekelkop
Kijk hem daar nou huilend op de gang staan
Hij is er weer een keertje uitgezet
Omdat-ie, en dat was gewaagd
Bij godsdienst heeft gevraagd
"Pater, God die weet toch alles?"
"Dus hij weet ook wat ik wil"
"Als dat dan het geval is, heb ik toch geen vrije wil!"

Kijk, daar bindt-ie met een elastiekje
Vier pennen op een rijtje naast elkaar
Omdat-ie na moet blijven, strafwerk moet schrijven
Met vier pennen is hij lekker sneller klaar
Kijk hem daar nu eens fantastisch scoren
Juichend loopt ie terug over het plein
"Goed he, met zijn linkerbeen"
"Hoezo? Hij was er overheen!"
"Joh, hij was er helemaal niet overheen"
Roept hij over het plein
"Joh, dat leek maar zo d'r overheen
Dat komt door die keeper joh
Die is veel te klein!"

Kijk, daar loopt-ie met zijn rood-oranje vlieger
Naar het landje waar je zo goed vliegeren kan
Zijn vlieger klimt omhoog, nog hoger dan de regenboog
En dan verstuurt-ie langs de draad een telegram
Waarop-ie met een potlood heeft geschreven
"Sorry God, misschien een beetje raar
Maar ik wil iets hebben, wat zelfs Sinterklaas maar niet wil geven
Ik wil zo graag een Lassiehond, met van dat Lassiehaar
Een Lassiehond, met van dat Lassiehaar"

Kijk, daar wordt-ie wakker in de winter
Hij kan even niet geloven wat ie ziet
Moet je horen hoe ie schreeuwt
"Het heeft vannacht gesneeuwd!"
Moet je zien hoe snel-ie in zijn kleren schiet
Kijk hem daar nu kwaad op Sinterklaas zijn
Wat-ie gekregen heeft, vindt ie geen flikker aan
Hij vindt het: 'achterlijk en stom
Vooral die goudvis in die kom!'
Op zijn verlanglijst stond een Lassie boven aan

En in de lente gaat-ie kikkervisjes vangen
En in de zomer fietst-ie helemaal naar Wassenaar
Hij knikkert in de knikkertijd
Daar raakt-ie dan zijn knikkers kwijt
Dan huilt-ie thuis weer nieuwe bij elkaar

Ach, mijn ik van negen jaar die alles meeheeft
Die door zijn moeder op zijn wenken wordt bediend
Hij snapt niet dat-ie in een paradijs leeft
Dat zijn vader elke dag voor hem verdiend
Maar het stomste van mijn ik van negen jaar is
Dat weet ik zeker, omdat ik hem goed ken
Het stomste wat-ie wil, met zijn kleine vrije wil
Hij wil groot zijn, net zo groot als ik nu ben
Hij wil groot zijn, net zo groot, als ik nu ben

Soms roep ik mijn ikken bij elkaar
Het woord is nu aan mijn ik van twintig jaar
Mijn ik van twintig jaar, die denkt in uitroeptekens
In zwart en wit, dwars tegen alles in
Gematigd en voorzichtig zijn, vindt-ie
Water bij de wijn
Hij wil alles of niks en niks er tussen in
En later, joh, da's voor hem allang begonnen
Hij heeft genoeg aan een acoustische gitaar
En dat later zal er trouwens later anders uitzien
Voor 'The times they're changing', reken maar

Kijk, daar zit-ie op zijn kamer met zijn vrienden
Hij heeft die middag alle platenzaken afgezocht
En voor het geld dat-ie op zaterdag verdiend heeft
De nieuwste van Bob Dylan net gekocht
Kijk, ze drinken en ze praten over vriendschap
Die zal voor eeuwig zijn, 'an everlasting song'
Ze gaan nooit meer uit elkaar, zeker weten, reken maar
En Bob Dylan zingt: 'May you stay forever young!'
En Dylan zingt 'May you stay forever young!'

Een rugzak vol met idealen, dat is mijn ik van twintig jaar
Dat wordt later bakzeil halen, want die zak is veel te zwaar

Soms roep ik mijn ikken bij elkaar
Het woord is nu aan mijn ik van dertig jaar

Mijn ik van dertig jaar is teruggekomen
Van: "Zeker weten, zwart en wit" en "Ik heb gelijk!"
Hij nuanceert met zijn verstand
De waarheid tot een diamant
Die steeds van kleur verandert als je anders kijkt
Hij geeft absoluut het voordeel aan de twijfel
Maar soms krijgt-ie opeens zo'n heimwee naar
Dat stompzinnige geloof in idealen
Van zijn uitgesproken ik van twintig jaar

Kijk, daar kiest-ie nog een keertje voor de vrijheid
Maakt z'n verkering uit en zegt z'n baantje op
Maar hij heeft veel te snel beslist, zich vreselijk vergist
Hij kan geen kant met al die nieuwe vrijheid op
Kijk, daar wordt-ie wakker met een kater
De grote ongebonden, vrije twijfelaar
Ach, kwam zijn moeder maar, met een glaasje water
Ach, was-ie maar weer veilig negen jaar

Ach, mijn ik van dertig jaar, wordt nooit geen negen meer
Hij wordt al aangesproken met: meneer

Laatst riep ik weer mijn ikken bij elkaar
En toen ik weer eens vroeg "He, welke ik is eigenlijk waar?"
Zeiden mijn ikken opeens: "Zeg jij het maar
Jij bent de oudste, de ik van veertig jaar!"
En toen ik zei: "Dat zou ik eigenlijk niet weten"
Zeiden mijn ikken: "Da's helemaal niet waar
Weet je wat jij bent, joh? Je bent ons niet vergeten
Daarom roep je ons nog altijd bij elkaar"

Je bent die jongen met die rood-oranje vlieger
Die af en toe nog blij is als het sneeuwt
Je bent die jongen met lang haar
Van twintig jaar, met een gitaar
Die af en toe nog weleens over onrecht schreeuwt
En soms ben je die jongen weer van dertig
Van: "Ik weet niet, misschien, bekijk het maar"
Je bent een dromer, een drammer, een twijfelaar
Een ik van veertig jaar, die nog geen ikje is vergeten
En nog vaak van ons wil weten
Maak ik jullie af en toe nog wel eens waar

Meu Eu

Às vezes eu chamo meus eus pra se reunir
Já tenho um bom reservatório aqui
E quando eu pergunto: "Ei, qual eu é o verdadeiro?"
"Eu, eu, eu", gritam meus eus em meio à confusão
E então eu balanço meu martelo de presidente
Peço silêncio na minha cabeça
E com um gesto majestoso eu dou a palavra
Ao meu eu de nove anos
Ele ainda mora dentro de mim

Olha, lá vai ele com uma moeda pro cabeleireiro
Mas ele gasta a moeda com bala de goma
Porque ele acha: 'que cara chato, esse cabeleireiro'
Não importa o que você peça, ele sempre corta um cabelo esquisito
Olha ele lá, chorando no corredor
Ele foi expulso de novo
Porque ele, e isso foi ousado
Perguntou na aula de religião
"Padre, Deus sabe de tudo?"
"Então ele sabe o que eu quero"
"Se for assim, eu não tenho livre-arbítrio!"

Olha, lá vai ele amarrando com um elástico
Quatro canetas alinhadas
Porque ele tem que ficar depois da aula, escrever uma tarefa
Com quatro canetas ele termina mais rápido
Olha ele lá, fazendo uma jogada incrível
Voltando triunfante pelo pátio
"Bom, com a perna esquerda"
"Como assim? Ele passou!"
"Não, ele não passou não"
Grita ele pelo pátio
"Parece que passou, mas não passou
É culpa do goleiro, ué
Ele é muito pequeno!"

Olha, lá vai ele com seu papagaio vermelho e laranja
Para o lugar onde se pode empinar bem
Seu papagaio sobe, mais alto que o arco-íris
E então ele manda um telegrama pela linha
Escrevendo com um lápis
"Desculpa, Deus, talvez seja meio estranho
Mas eu quero algo que nem o Papai Noel quer dar
Eu quero muito um cachorro Lassie, com aquele pelo da Lassie
Um cachorro Lassie, com aquele pelo da Lassie"

Olha, lá ele acorda no inverno
Ele não consegue acreditar no que vê
Escuta como ele grita
"Nevou a noite toda!"
Olha como ele se veste rápido
Olha ele lá, bravo com o Papai Noel
O que ele ganhou, ele não dá a mínima
Ele acha: 'é ridículo e chato
Principalmente aquele peixinho na tigela!'
Na sua lista de desejos, um Lassie estava no topo

E na primavera ele vai pegar girinos
E no verão ele pedala até Wassenaar
Ele brinca na hora do pião
E acaba perdendo suas bolinhas
Então ele chora em casa e junta novas

Ah, meu eu de nove anos que tem tudo
Que é mimado pela mãe
Ele não entende que vive num paraíso
Que seu pai ganha o pão todo dia
Mas a coisa mais estúpida do meu eu de nove anos é
Eu sei disso, porque eu o conheço bem
A coisa mais estúpida que ele quer, com seu pequeno livre-arbítrio
É ser grande, tão grande quanto eu sou agora
Ele quer ser grande, tão grande quanto eu sou agora

Às vezes eu chamo meus eus pra se reunir
Agora é a vez do meu eu de vinte anos
Meu eu de vinte anos, que pensa em pontos de exclamação
Em preto e branco, contra tudo e todos
Ser moderado e cauteloso, ele acha
É como misturar água com vinho
Ele quer tudo ou nada e nada no meio
E depois, ué, isso já começou pra ele
Ele se contenta com um violão acústico
E esse depois, aliás, vai ser diferente
Para 'Os tempos estão mudando', pode apostar

Olha, lá está ele no quarto com os amigos
Ele vasculhou todas as lojas de discos naquela tarde
E com o dinheiro que ele ganhou no sábado
Acabou de comprar o mais novo do Bob Dylan
Olha, eles bebem e falam sobre amizade
Que será eterna, 'uma canção eterna'
Eles nunca mais vão se separar, com certeza, pode apostar
E Bob Dylan canta: 'Que você permaneça jovem para sempre!'
E Dylan canta 'Que você permaneça jovem para sempre!'

Uma mochila cheia de ideais, esse é meu eu de vinte anos
Isso vai acabar em frustração, porque a mochila é pesada demais

Às vezes eu chamo meus eus pra se reunir
Agora é a vez do meu eu de trinta anos

Meu eu de trinta anos voltou
De: "Com certeza, preto e branco" e "Eu estou certo!"
Ele nuança com sua razão
A verdade em um diamante
Que muda de cor quando você olha de outra forma
Ele sempre dá o benefício da dúvida
Mas às vezes ele sente uma saudade
Daquela crença tola em ideais
Do seu eu de vinte anos tão expressivo

Olha, lá ele escolhe mais uma vez a liberdade
Termina o namoro e pede demissão
Mas ele decidiu rápido demais, se enganou feio
Ele não sabe o que fazer com toda essa nova liberdade
Olha, lá ele acorda com uma ressaca
O grande indeciso, livre pensador
Ah, se a mãe dele aparecesse, com um copo d'água
Ah, se ele pudesse ser novamente seguro, aos nove anos

Ah, meu eu de trinta anos, nunca mais será nove
Ele já é chamado de: senhor

Outro dia eu chamei meus eus pra se reunir
E quando eu perguntei de novo: "Ei, qual eu é o verdadeiro?"
Meus eus disseram de repente: "Diga você
Você é o mais velho, o eu de quarenta anos!"
E quando eu disse: "Na verdade, não sei"
Meus eus disseram: "Isso não é verdade
Sabe o que você é, ué? Você não esqueceu da gente
Por isso você ainda nos chama pra se reunir"

Você é aquele garoto com o papagaio vermelho e laranja
Que ainda fica feliz quando neva
Você é aquele garoto de cabelo comprido
De vinte anos, com um violão
Que ainda grita sobre injustiça de vez em quando
E às vezes você é aquele de trinta
Dizendo: "Não sei, talvez, dane-se"
Você é um sonhador, um insistente, um indeciso
Um eu de quarenta anos, que ainda não esqueceu de um euzinho
E que ainda quer saber de nós
Se eu ainda sou real de vez em quando.