exibições de letras 2.515
Letra

    Ken je die nog? Noemden wij in Den Haag vroeger een 'pling-plong.' Dat is
    m'n lievelingsgeschenk, heb ik gehad van mijn favoriete oom, Ome Jan. Toen
    was ik zes jaar. Hij zegt: "Harrie, wat zou je nou graag willen?" En toen
    zei ik: "Een muziekinstrument, Ome Jan. Maar geen les!" Hij zegt: "Hier
    klerelijer, je hoeft alleen maar te draaien." Leuk joh. Dit heb ik m'n
    hele leven bewaard. Wat die kinderen tegenwoordig krijgen, ik vind het
    schandalig. Ik zag laatst een meisje, stond een hele dure pop te
    verbranden. Ik zeg: "Waarom sta je die pop te verbranden?" Ze zegt: "Dat
    moet meneer, dat staat op het doosje." Ik zeg: "Geef 'es hier, dat doosje,
    dan." En het stond er op joh; een Barbiecue
    Maar daar wou ik het eigenlijk helemaal niet over hebben, maar ik wou het,
    dames en heren, vanavond 'es gaan hebben over mijn Ome Jan, mijn
    lievelingsoom, Ome Jan. Mijn Ome Jan was een vrijgezelle oom en die leefde
    nog bij z'n eigen moeder thuis, bij mijn oma. 't Was namelijk de oudste
    broer van m'n vader. Grandioze vent. Maar voor ik over 'em vertel, moet ik
    eerst even de familierelatie een beetje uitleggen
    Wij hadden twee kanten he, we hadden m'n moeders kant en m'n vaders kant.
    Nou, en m'n moeders kant, dat was de rijke tak en m'n vaders kant, dat was
    de wandelende tak. Ze hadden geen geld voor fietsen enzo, dat moest
    allemaal lopen he, dus daarom heten ze zo. Nou, en de rijke tak heette de
    rijke tak, omdat mijn opa van moeders kant, die was bakker in loondienst.
    Bij Hus. Ken je nagaan wat een zootje geteisem die Jekkersen waren he? Dat
    stelde echt geen reet voor joh, maar je kon daar wel lachen in de
    wandelende tak, dat was leuk jongen. En de oudste broer van mijn vader,
    dat was Ome Jan, leuke vent jongen. Zat nergens mee. Had overal schijt
    aan. Ik zei wel eens tegen hem: "Als u nou dood gaat he, Ome Jan, wilt u
    dan begraven worden of gecremeerd?" Dan zei die altijd: "Harrie, maakt mij
    geen reet uit. Of ik nou 't putje inga of de pijp uit, maakt mij niet uit."
    Hij zegt: "Desnoods gooien ze me maar langs de stoeprand, ze vegen me wel
    mee." Zo'n gozer was dat, hij zat nergens mee. En die kon ouwehoeren,
    ouwehoeren! Als je d'r een kwartje ingooide, dan lulde die voor een knaak.
    Mijn vader zei altijd: "Als lullen pudding is, dan is Jan Dr.Oetker." Dat
    je beetje een beeld krijgt van die man he. Een ouwehoer, een heerlijke man
    he. En het was een typische Hagenees he, dat hoef ik hier nauwelijks uit te
    leggen, maar Hagenezen, die hebben een eigen taalgebruik, schitterend vind
    ik dat. Ze hebben schijt aan Van Dale. Aan de dikke. Ze hebben zo hun
    eigen vocabulaire. Ze weten vaak niet wat dat woord betekent, ze hebben
    het wel. En mijn Ome Jan was ook zo'n gozer he, die kon je nou nooit horen
    zeggen, bijvoorbeeld als Piet last had van zweetvoeten, dat 'ie zei van:
    "Goh, wat heeft die Piet toch een last van zweetvoeten, zeg." Dan zei die
    altijd: "Jezus, die Piet die stinkt door z'n schoenen heen joh." Da's
    Haags. Da's nou Haags. Of als Piet was overleden, zei mijn Ome Jan nooit
    van: "Heb je het gehoord, Piet is van ons heengegaan." Welnee joh, die zei
    altijd: "Hebbie het gehoord joh, Piet die leg aan de verkeerde kant van het
    gras." Een variant daarop was altijd: Hebbie het gehoord, Piet is een
    zandfabriek begonnen. Vind ik wel leuk trouwens. Dan was je dood, jongen,
    dan was je dood als je een zandfabriek was begonnen. Maar had 'ie een
    hekel aan die Piet en die was doodgegaan, dan zei die weer wat anders. Dan
    zei die altijd: "Zo, Piet leg eindelijk de maaien te voeren." En een
    variant daarop had je van: Hebbie die verhuiskaart van Piet gekregen? Nou,
    daar blijft 'ie wel effe wonen, geloof ik he
    Mijn Ome Jan, die ging ook nooit naar de wc. Die nam de leiding in handen.
    Of hij ging z'n president een handje geven. Daar snapte ik als kind geen
    reet van. Dat de president bij ons thuis kwam als Ome Jan ging zeiken. Ik
    snapte wel meer niet joh. Bijvoorbeeld vergelijkingen. Hij was goed in het
    maken van vergelijkingen, mijn Ome Jan. En dan zult u allemaal zeggen: "Wat
    kan ons dat verdommen", maar dat was belangrijk jongen in de wandelende
    tak. Want er waren veel discussies, laten we zeggen elke dag twintig, d'r
    waren altijd discussies, en die kon je nooit winnen op argumenten. Mijn
    Ome Jan zei altijd: "Argumenten, daar kennen de intellectuelen d'r vijftig
    per seconde van verzinnen, dus 't ken nooit wat zijn." Je moest bij ons een
    vergelijking maken he. Dus als je het ergens over had, dan moest je over
    iets anders gaan beginnen en zeggen dat het daar ook zo zat, en dan kreeg
    je daar gelijk. Voorbeeldje geloof ik he? Nou, wij hadden een Tante Toos
    en een Ome Leo en die hadden een zoontje, Kareltje. Ze gingen scheiden,
    van wie was Kareltje; van Toos of Leo? Nou, Tante Toos meteen kwaad, die
    zegt: "Van mij natuurlijk. Ik heb negen maanden met zo'n toeter
    rondgelopen, en die Leo heb nooit naar Kareltje omgekeken, Kareltje is van
    mijn." En daar waren we het allemaal mee eens, de hele wandelende tak.
    Behalve Ome Jan, die lag ALTIJD dwars! Altijd! Hij zei tegen mij toen ik
    klein was: "Harrie, je mot in 't leven dwars liggen." Ik zeg: "Waarom dan
    Ome Jan?" Hij zegt: "Ben je lekker moeilijk te begraven." Ja, da's waar
    he, de grootste etters worden altijd het oudste, daar heb ik gelijk in he.
    En die was het er niet mee eens. Die zegt: "Volgens mijn is Kareltje juist
    van Leo." Nou, en Tante Toos werd origineel Haags kwaad zeg, niet te
    geloven. Dat ging d'r hard aan toe jongen! "Puntmuts, zakkenwasser, stuk
    schimmel dat je d'r staat...". Afijn, een enorme ruzie was het, en dan
    kwam de vergelijking. Dan haalde mijn Ome Jan een rijksdaalder uit z'n zak
    en zei: "Kijk 'es Toos, ik heb hier een knaak. Ken je 't nog volgen? Stel,
    ik doe die knaak in een sigarettenautomaat en d'r komt een pakkie
    sigaretten uit, van wie is het pakkie sigaretten, van mijn of van de
    automaat?"
    Is die knaak overal gevallen, jongens?!?! Zo ging het. Dan zei hij: "Leo
    heb die knaak d'r in gedouwd, Kareltje is van Leo, klaar." Zo ging dat,
    joh. Ongelofelijk. En mijn Ome Jan kon ook goed moppen vertellen, goed
    moppen vertellen joh, grandioos goed. Ik zal eens een mop vertellen die
    hij altijd vertelde en dan moet je niet na afloop tegen mij gaan zeggen
    van: "Die hebben we al gehoord, dat is een ouwe mop." Dat geeft niet. Het
    gaat om de manier waarop mijn Ome Jan dat vertelde. Grandioos, 'k Vergeet
    het nooit meer
    Mijn oma die was 75 geworden, en alle Jekkersen waren d'r. Aangetrouwd,
    kleinkinderen, en we zaten als haringen in een ton op zo'n klein
    bovenkamertje. Hier aan de (...)-kade, dat weten jullie hier wel he? Als
    haringen op zo'n klein bovenkamertje met al die Jekkersen naast mekaar zo,
    't was een heel smal kamertje. Hoe moet je dat nou uitleggen voor de mensen
    die een groot huis hebben? Ehm, het was zo smal, je kon niet eens in de
    breedte dwarsfluit spelen. Dat kon niet. Dan moest je zo gaan staan, in de
    lengte. Ja, dan moet je geen erectie krijgen... nah ja ... Het was een
    waanzinnig smal kamertje en daar zaten wij, als haringen in een ton, van
    die smalle Haagse bakkies te zuipen, weet je wel. En dan zei mijn oma om
    drie uur, die zei van: "Mot er iemand nog een bakkie pleur?" Ja, oma's
    praten ook Haags natuurlijk he. En dan zei mijn Ome Jan: "Een bakkie
    pleur, een bakkie pleur? Sodemieter 's effe lekker een end op joh, he, het
    is drie uur, 't is tijd om te kantelen." Dus ik zit naast m'n vader, ik
    zeg: "Wat gaan ze nou in godsnaam doen, papa?" Hij zegt: "Harrie, ze gaan
    zuipen." En mijn oma wist dat dat zuipen was, dus die was de koffiekopjes
    al aan het ophalen, en die komt langs Ome Jan, ik zie het nog gebeuren
    trouwens, ik zie het nog gebeuren: Mijn Ome Jan staat ineens op, schuifelt
    tussen al die Jekkersen door zeg, schuift dat ouwe piepende lakader
    schuifraam open, zet er een houtje tussen, ja, dat heet een houtje hier in
    Den Haag, maakt niet uit wat je d'r tussen zet, alles is een houtje, grist
    het hele zondagse servies uit de handen van mijn oma, houdt het twee hoog
    het raam uit en zegt tegen alle andere Jekkersen in die kamer: "Wie lacht,
    betaalt."
    Dus ik zit naast m'n vader, ik zeg: "Wat gaat er nou gebeuren, papa?"
    "Nou, Ome Jan die gaat een mop vertellen, en dan moet je niet als eerste
    gaan lachen Harrie, want dan ben je in een keer hup je hele spaarvarken
    kwijt." Dus ik nam me voor om absoluut niet te gaan lachen he, want ik had
    die Lassiehond al bijna bij mekaar hoor he, jaha! Ik had al twee poten en
    een staart, had ik uitgerekend. Dus ik denk: Ik ga niet lachen, no way. Ik
    kende nog niet eens Engels, dus
    Mijn Ome Jan begint aan die mop en die zegt van: "Ik zit gisteren in de
    kroeg, afijn, raadt 's twee keer, wie komt er binnen, de professor. Je
    weet wel, de doorgestudeerde bioloog die alleen maar kantelt, kantelt en
    nog eens kantelt. Afijn, ik zeg tegen 'em: Mot je van mijn nog wat
    slobberen? Maar het was eigenlijk al over de hill, hij stond al stijf van
    de Jan Wandelaar." Ik zeg tegen m'n vader: "Wie is dat nou weer ineens,
    Jan Wandelaar?" Zegt m'n vader: "Dat heb Ome Jan uit het Engels vertaald,
    dat is een whiskey-merk; Johnnie Walker." Na, ik was negen, dat ik het nou
    niet snapte, maar kom op nou mensen! "Afijn, dus ik zeg tegen hem: Je staat
    al stijf van de Jan Wandelaar, mot je nog een dubbele d'r bij hebben? Nee
    Jan, voor ik ga doorkantelen, ga ik eerst 'es even lekker een bruine trui
    breien." Ik zeg tegen m'n vader: "Ik snap d'r niks meer van, papa. Waarom
    gaat die vent nou ineens een bruine trui breien?" "Hou nou je kop een
    keer", zegt m'n vader, "dat is schijten en hou nou verder..." "Afijn",
    zegt mijn Ome Jan, "die gozer komt terug van het bruine truien breien en
    die zegt: 't Is ongelofelijk Jan, wat hier aan de hand is. Het gaat goed
    hier met de zaak; ze hebben tegenwoordig een wc met een gouden bril. "Hij
    heb het nog niet gezegd", zegt mijn Ome Jan, "of hij wordt in mekaar
    geslagen door twee arrebeiders. Ik zeg tegen die gasten: Dat mot je 'es
    tegen mij flikken he, niet tegen zo'n doorgestudeerde puntmuts, zeikerds.
    Zeggen die gasten tegen mij: Wat had jij gedaan? Die gozer heb net in onze
    tuba zitten scheiten joh."
    Da's een ouwe mop joh! Ken je die niet
    Nou, gelukkig snapte ik de mop niet, maar de rest van de Jekkersen wel,
    dus iedereen begon pppfffrrrttt. En mijn Ome Leo begint als eerste te
    hinniken jongen, en Jan die laat zo hup! dat hele servies lazeren zeg. Hij
    zegt: "Leo betaalt hehehehehe." En mijn oma huilen van: "Godverdorie joh,
    da's al het derde servies deze week, klerelijers! Waar mot Leo dat nou van
    betalen?" Nou, dat was een goeie vraag zeg he
    Maar Leo die was gaan scheiden van Tante Toos en die had geen stuiver
    meer. Niks. Hij moest allimentatie betalen en, eh, die Kareltje die hebt
    'ie ook nooit gekregen joh. Want Tante Toos, die heb vlak voor de
    echtscheiding tegen 'em gezegd: "Moe je 'es goed luisteren Leo, we gaan
    uit mekaar, 'k heb d'r nog 'es over nagedacht, maar 'k heb toch het idee,
    dat Jan wel gelijk had met dat sigarettenautomaat-vergelijking. Maar, 't
    spijt me voor jou Leo, destijds heb niet jij, maar de buurman die knaak
    d'rin gelazerd."


    Comentários

    Envie dúvidas, explicações e curiosidades sobre a letra

    0 / 500

    Faça parte  dessa comunidade 

    Tire dúvidas sobre idiomas, interaja com outros fãs de Harrie Jekkers e vá além da letra da música.

    Conheça o Letras Academy

    Enviar para a central de dúvidas?

    Dúvidas enviadas podem receber respostas de professores e alunos da plataforma.

    Fixe este conteúdo com a aula:

    0 / 500

    Opções de seleção