395px

Céu, Céu, Que Cama Larga

Het Hamelen Koor

Hemeltje Hemeltje Wat Een Breed Bed

Toen ik was geboren had mijn moe geen rooie cent
Dus sliep ik in een haverkist, dat was ik ook gewend
Een oude lap als deken, de matras die heb ik nog
Een zak met hooi dat kriebelde, maar maffen deed ik toch
Dat is wel even anders nou want is het van het
Hemeltje hemeltje wat een breed bed
Wat een breed bed, wat een breed bed

Ik deel met mijn zusje thuis een krakend ledikant
Wanneer het pikkedonker is dan pakt ze vlug mijn hand
Dan moet ik haar vertellen van de prins en van de fee
De jager en de ree zoals mijn moeder vroeger dee
Gezellig is mijn zusje wel maar dit is je van het
Hemeltje hemeltje wat een breed bed
Wat een breed bed, wat een breed bed

Ik heb thuis een heel mooi bed met zacht en warm dons
Ik hoor mijn moeder praten in de kamer over ons
Mijn vader hoor ik mompelen en vloeken op de kat
En dat zal elke avond het moment wel wezen dat (gaap)
Dit is het van het
Hemeltje (gaap)
Wat een breed (gaap)

Céu, Céu, Que Cama Larga

Quando eu nasci, minha mãe não tinha um centavo
Então eu dormia numa caixa de aveia, já estava acostumado
Um trapo como cobertor, o colchão eu ainda tenho
Um saco de feno que coçava, mas eu dormia mesmo assim
Agora é bem diferente, porque é do
Céu, céu, que cama larga
Que cama larga, que cama larga

Eu divido com minha irmã em casa uma cama rangente
Quando está bem escuro, ela logo pega minha mão
Então eu tenho que contar sobre o príncipe e a fada
O caçador e a corça, como minha mãe fazia antes
Minha irmã é bem legal, mas isso é do
Céu, céu, que cama larga
Que cama larga, que cama larga

Em casa eu tenho uma cama bem bonita com penas macias e quentes
Eu ouço minha mãe falando no quarto sobre nós
Meu pai eu ouço resmungando e xingando o gato
E isso deve ser toda noite o momento que (bocejo)
Isso é do
Céu (bocejo)
Que cama (bocejo)

Composição: