395px

Por Volta do Natal

Jaap Van de Merwe

Omstreeks kerst

De bleekgezicht spuugt op de nikkers
En elke nikker op bleekgezichten
En elke hetero smaalt op flikkers
En alles hoont de masochist

Maar omstreeks Kerst ontdooit het hart
Van kwee, frigide en zwart
Negerpotten zien geen been
In slapen met Joop Glimmerveen
Iedereen is aardig voor zijn minderwaardig
Medeschepsel, dat al zoveel mist

De katholiek schuwt protestanten
En protestanten wantrouwen roomsen
De atheist haat beide kanten
En iedereen veracht de Jood

Maar omstreeks Kerst rijst er een idee
"Kom kom, ze vallen best mee!"
De pastoor en de rabbijn
Staan in een kerk naast dominee
Bisschop Gijzen flirt
Met Albert Mol tot hij 't bescheurt
En dan roept hij: "Wat is Allah groot"

Iedere knecht schimpt op de bazen
En elke baas tiert op zijn knechten
En samen lopen zij te razen
En wensen de regering dood

Maar omstreeks Kerst dan is er een piek
Van suikerpolitiek
Dries van Agt laat zich opnemen
In de Bloemenhovekliniek
En Hans Wiegel zit als jongste NVV-lid
Zoet bij Arie Groeneveld op schoot

Iedere brommer vloekt op d'autorijder
De autorijder scheldt op de brommer
Ze zullen beiden fietsen snijden
En allen rijden wandelaars dood

Maar omstreeks Kerst gaat zelfs de prins-gemaal
Niet met z'n vriend aan de haal
Thuis vertelt hij vroom bij sjokolademelk
Het Kerstverhaal
Saam een vredesdroom
Bij de plastic boom;
Een week zijn wij broeders in de nood
Na Nieuwjaar slaan we elkaar wel weer tot schroot

Por Volta do Natal

O rosto pálido cospe nos nikkers
E cada nicker nos rostos pálidos
E cada hétero ri de viados
E tudo zomba do masoquista

Mas por volta do Natal o coração derrete
De quem é frio, frígido e negro
Os negrões não veem problema
Em dormir com Joop Glimmerveen
Todo mundo é legal com seu semelhante
Que já perdeu tanto na vida

O católico evita os protestantes
E os protestantes desconfiam dos católicos
O ateu odeia os dois lados
E todo mundo despreza o judeu

Mas por volta do Natal surge uma ideia
"Vem cá, eles não são tão ruins!"
O pastor e o rabino
Estão na igreja ao lado do pastor
O bispo Gijzen flerta
Com Albert Mol até se acabar
E então ele grita: "Como Allah é grande"

Todo empregado xinga os patrões
E cada patrão briga com seus empregados
E juntos eles andam se estressando
E desejam a morte do governo

Mas por volta do Natal há um pico
De política açucarada
Dries van Agt se interna
Na clínica Bloemenhof
E Hans Wiegel, o mais novo membro do NVV
Fica confortável no colo de Arie Groeneveld

Cada motoqueiro xinga o motorista
O motorista xinga a moto
Ambos vão cortar os ciclistas
E todos atropelam os pedestres

Mas por volta do Natal até o príncipe consorte
Não sai com seu amigo
Em casa ele conta devotadamente com chocolate quente
A história de Natal
Juntos um sonho de paz
Ao lado da árvore de plástico;
Uma semana somos irmãos na necessidade
Depois do Ano Novo, nos batemos de novo até virar sucata

Composição: