395px

Uma Criança Prodígio de Sessenta

Jasperina de Jong

Een wonderkind van zestig

Toen 'ie in de jaren dertig debuteerde
Een bleek Titaantje in zo'n veel te wijde broek
Wiens tere poezie de crisistijd trotseerde
Naar hoger idealen en menselijkheid op zoek
Toen werd zijn werk geroemd van alle kanten
Op zo'n talent had men nu jarenlang gewacht
Hij zag zijn naam opeens gedrukt in alle kranten
Ze vonden hem nog beter dan 'ie zelf ooit had gedacht
De mandarijnen maakten ruzie in hun blaadjes
En elk van hen had hem het eerst ontdekt
Hij werd het middelpunt van culturele praatjes
En al was 'ie pas begonnen, de verwachting was gewekt

Want een wonderkind van twintig
Da's altijd een goed begin
Ja, die jongen kan wat worden
Ja, daar zit nog heel wat in

Maar ja, van kunst alleen kan niemand leven
Dus het werd een baantje bij een grote krant
En wat 'ie verder van z'n leven heeft geschreven
Hield met z'n idealen geen verband
't Was de bezetting, die z'n vuur weer deed ontwaken
Hij wou de ondergrondse in als held
Hij zou de vijand wel eens goed weten te raken
Met de bezieling van z'n literair geweld
Het concentratiekamp kwam hij nog wel te boven
Maar idealen had 'ie daarna toch niet meer
Want alles waar 'ie ooit in kon geloven
Was verpletterd met de kolf van een geweer

En een wonderkind van veertig
Da's altijd een naar geval
Dat misschien eens iets kon worden
Maar dat niets meer worden zal

Ach, hij deed nog wel een keertje een vertaling
Of zoiets, waarvoor 'ie nauwelijks werd betaald
Maar zijn debuut was niet meer vatbaar voor herhaling
En naar z'n nieuwe werk werd door geen mens getaald
Hij heeft nog jaren, eenzaam drinkend, zitten wachten
In een hoekje van de kunstenaarssocieteit
Waar de jongens nauwelijks om z'n grappen lachten
Maar een borrel kon 'ie altijd aan ze kwijt
Ze hebben 'em op z'n kamertje gevonden
Met een briefje aan z'n kinderen in z'n hand
En toen schreven ze dat ze hem waarderen konden
En hij kreeg een stukkie in Vrij Nederland

Maar een wonderkind van zestig
Da's een akelig gezicht
En om consequent te blijven
Deed 'ie zelf het doek maar dicht

Uma Criança Prodígio de Sessenta

Quando ele estreou nos anos trinta
Um pálido Titaanzinho em calças largas demais
Cuja poesia delicada desafiou a crise
Em busca de ideais mais altos e humanidade
Então seu trabalho foi elogiado de todos os lados
Por um talento que se esperava há anos
Ele viu seu nome de repente impresso em todos os jornais
Achavam-no melhor do que ele mesmo jamais pensou
Os mandarins brigavam em suas publicações
E cada um deles o havia descoberto primeiro
Ele se tornou o centro das conversas culturais
E mesmo que tivesse acabado de começar, a expectativa foi criada

Pois uma criança prodígio de vinte
É sempre um bom começo
Sim, aquele garoto pode se tornar alguém
Sim, ainda tem muito a oferecer

Mas, bem, de arte só ninguém vive
Então arranjou um emprego em um grande jornal
E o que ele escreveu a seguir sobre sua vida
Não tinha relação com seus ideais
Foi a ocupação que reacendeu seu fogo
Ele queria ir para a clandestinidade como um herói
Ele saberia como atingir o inimigo
Com a paixão de sua força literária
Ele ainda superou o campo de concentração
Mas ideais ele não tinha mais depois disso
Pois tudo em que ele um dia pôde acreditar
Foi esmagado com a coronha de um rifle

E uma criança prodígio de quarenta
É sempre um caso triste
Que talvez pudesse se tornar algo
Mas que não se tornará mais

Ah, ele ainda fez uma tradução uma vez
Ou algo assim, pelo qual mal foi pago
Mas seu debut não era mais passível de repetição
E ninguém se interessou por seu novo trabalho
Ele esperou anos, bebendo sozinho, sentado
Em um canto da sociedade dos artistas
Onde os garotos mal riam de suas piadas
Mas ele sempre conseguia se enturmar com um drink
Encontraram-no em seu quarto
Com um bilhete para seus filhos em sua mão
E então escreveram que podiam valorizá-lo
E ele ganhou um espacinho no Vrij Nederland

Mas uma criança prodígio de sessenta
É uma visão assustadora
E para ser coerente
Ele mesmo fechou o pano.

Composição: