395px

Menina do interior no centro mágico

Jasperina de Jong

Meisje uit de provincie in het magies centrum

Ze zat in Enschede, en vond het leven tam
Want zeg nou zelf, wat is in godsnaam Enschede?
Twee boerenhippies en een lullig beatcafe
En op een dag nam ze de trein naar Amsterdam
Het Magisch Centrum van 't heelal!
In de coupe begon het al
Er zat een knul met een gitaar
En met een lintje in z'n haar
En toen ze eindelijk neerstreek bij het Monument
Waren de stenen daar een zalfje voor d'r krent

Het is begonnen, zei ze zachtjes voor zich heen
Dit is de sien waar al het goeie volk naar snakt
Toch had ze echt nog niet zo vreeslijk gauw contact
Om twee uur 's nachts was ze nog moederziel alleen
Toen ging het regenen, in paniek
Zocht ze haar heil in een portiek
Daar zaten ook, nu had ze beet
Twee Ierse meisjes en een Zweed
Ze zei: Hello, my name is Annie van den Berg
Maar verder wou de conversatie niet zo erg

Toch had ze na een dag of vijf al een vriendin
Met wie ze trouw haar flesje deelde en haar brood
Dat meisje had nooit zoveel honger, want ze spoot
Maar ach, iets lekkers wou d'r af en toe wel in
Al was ze mager en doodsbleek
Het was een meid waar je naar keek
Ze ging zo af en toe gedwee
Met een of and're vogel mee
Om na een uur weer te verschijnen op de Dam
En zij, ze wachtte heel geduldig tot ze kwam

Zelf was ze niet bepaald een veelbegeerde buit
Neem nou dat seksfeest, in dat huis in de Jordaan
Ze zat de hele avond met 'r kleren aan
Want er was niemand die gezegd had: Doe ze uit
Ze had als steeds de pil geslikt
Maar keek uitsluitend wat verschrikt
En toch geleidelijk meer sereen
Naar de taf'relen om zich heen
Die ze in Enschede nog nooit had bijgewoond
Ze rookte Nepal, en werd misselijk, maar niet stoned

Van tijd tot tijd dacht ze wat schamper aan d'r moe
Die had gezegd, ga d'r niet heen, toe blijf bij mij
M'n kind, je gaat er naar de sodemieterij
Ze had er wel vergeten bij te zeggen, hoe
En op een dag zei ze, tot ziens
En toen vertrok ze in d'r jeans
En met die flaphoed op d'r hoofd
Waarin ze zelf nooit had geloofd
En in de trein keek ze nog heel lang uit het raam
En even huilde ze.... Waarom, in Jezusnaam?

Menina do interior no centro mágico

Ela estava em Enschede, achando a vida sem graça
Porque, vamos ser sinceros, o que tem em Enschede?
Dois hippies caipiras e um barzinho sem graça
E num dia, pegou o trem pra Amsterdã
O Centro Mágico do universo!
Na cabine já começou
Tinha um cara com um violão
E um laço no cabelo
E quando ela finalmente pousou no Monumento
As pedras eram um remédio pra sua dor

"Começou", ela murmurou pra si mesma
"Esse é o lugar que todo mundo bom deseja"
Mas ela ainda não tinha feito contato
Às duas da manhã, estava sozinha e perdida
Então começou a chover, em pânico
Ela buscou abrigo em um alpendre
Lá estavam também, agora ela tinha sorte
Duas meninas irlandesas e uma sueca
Ela disse: "Oi, meu nome é Annie van den Berg"
Mas a conversa não fluiu muito bem

Depois de uns cinco dias, já tinha uma amiga
Com quem dividia fielmente sua garrafa e seu pão
A menina nunca tinha muita fome, porque se injetava
Mas, ah, de vez em quando, algo gostoso ela queria
Mesmo sendo magra e pálida
Era uma garota que chamava atenção
Ela ia de vez em quando, submissa
Com um ou outro cara
Pra depois de uma hora aparecer na Dam
E ela, esperava pacientemente até que voltasse

Ela não era exatamente um prêmio cobiçado
Pense na festa de sexo, naquela casa em Jordaan
Ela ficou a noite toda com a roupa
Porque ninguém disse: "Tira isso"
Ela tinha tomado a pílula, como sempre
Mas olhava assustada
E aos poucos, mais serena
Para as cenas ao seu redor
Que nunca tinha visto em Enschede
Ela fumou Nepal, e ficou enjoada, mas não chapada

De vez em quando, pensava com desdém na mãe
Que tinha dito: "Não vá, fique comigo"
"Minha filha, você vai se ferrar"
Ela esqueceu de dizer como
E um dia, ela disse: "Até logo"
E então partiu de jeans
E com aquele chapéu na cabeça
No qual ela nunca tinha acreditado
E no trem, olhou por muito tempo pela janela
E de repente, chorou... Por que, em nome de Jesus?