De schoonheid van het kwaad
Het lukt allang niet meer de krant te lezen van vandaag
Alleen nog maar met woorden te bereiken
Natuurlijk kan ie lezen maar dat doet hij minder graag
Dan in zijn luie leunstoel plaatjes kijken
Dus vliegen fotografen uitgelezen voor hun rol
Als nijvere insecten dagelijks rond de wereldbol
En schieten vele kilometers fotorollen vol
Met zieken en gewonden en met lijken
Kijk dan toch, kijk dan toch, prachtig niet
Een servier die op twee oude moslim vrouwen schiet
Zo'n foto zegt je meer dan hele pagina's verdriet
Kijk dan toch, kijk dan toch, wat een plaat
Een meisje dat tot aan haar schouders in de modder staat
En aan haar ogen zie je dat ze straks verdrinken gaat
Kijk dan toch en zie de schoonheid van het kwaad
In donker Afrika sterft weer zo'nm zwarte spillebeen
Die al een hele week niet heeft gegeten
Met veertien fotografen op een afstand er omheen
Die voor hun brood behoorlijk moeten zweten
Pas als de allerlaatste kleine adem is ontsnapt
Dan worden veertienvoudig de statieven ingeklapt
En is de tijd gekomen dat er weer wordt opgestapt
En daarna gaan ze met z'n allen eten
Kijk dan toch, kijk dan toch, magnifiek
Zo'n uitgeteerde AIDS-patient
Dat heeft pas dramatiek
Het kijken naar zo'n foto maakt je zelf een beetje ziek
Kijk dan toch, kijk dan toch, wanhoopsdaad
Een vrouw die via het balkon haar laatste flat verlaat
Geknipt in de seconde voordat zij ter pletter slaat
Kijk dan toch en zie de schoonheid van het kwaad
Dit is geen tijd voor Michelangelo's
Die maanden lang in marmer moesten hakken
Om vorm te kunnen geven aan het lijden
Dit is de tijd van fotopersbureau's
En snelle jongens in safaripakken'
Die rekenen in snelle sluitertijden
Kijk dan toch, kijk dan toch, nooit vertoont
Een brandend kind dat wegvlucht uit het dorpje waar ze woont
Het zou me niets verbazen als die foto werd bekroond
Kijk dan toch, kijk dan toch en geniet
Wat de krant aan visuele informatie biedt
Van alles wat crepeert, het leven laat of bloed vergiet
Kijk dan toch, je weet bij God niet wat je ziet
Kijk dan toch, je weet bij God niet wat je ziet
A beleza do mal
Não dá mais pra ler o jornal de hoje
Só dá pra alcançar com palavras
Claro que ele sabe ler, mas não gosta muito
Prefere ficar na poltrona vendo imagens
Então fotógrafos voam, escolhidos pra sua função
Como insetos trabalhadores, girando pelo globo
E enchem rolos de filme com
Doentes, feridos e cadáveres
Olha só, olha só, não é lindo?
Um sérvio atirando em duas velhinhas muçulmanas
Uma foto diz mais que páginas cheias de tristeza
Olha só, olha só, que imagem
Uma menina até os ombros na lama
E nos olhos dela dá pra ver que vai se afogar
Olha só e veja a beleza do mal
Na África escura, mais um magrelo morre
Que não comeu nada há uma semana
Com quatorze fotógrafos ao redor
Que precisam suar pra ganhar o pão
Só quando o último suspiro se vai
Quatorze tripés são recolhidos
E é hora de ir embora
Depois disso, vão todos comer
Olha só, olha só, magnífico
Um paciente de AIDS esquelético
Isso sim é drama
Ver uma foto assim te deixa meio doente
Olha só, olha só, ato de desespero
Uma mulher saindo do seu último apartamento pelo balcão
Capturada no segundo antes de se espatifar
Olha só e veja a beleza do mal
Não é hora pra Michelangelos
Que passavam meses esculpindo em mármore
Pra dar forma ao sofrimento
É a hora dos escritórios de fotografia
E dos caras rápidos em trajes de safári
Que contam em tempos de exposição rápidos
Olha só, olha só, nunca visto
Uma criança em chamas fugindo da vila onde mora
Não me surpreenderia se essa foto ganhasse prêmios
Olha só, olha só e aproveite
O que o jornal oferece em informação visual
De tudo que se despedaça, que deixa a vida ou derrama sangue
Olha só, você não sabe, por Deus, o que está vendo
Olha só, você não sabe, por Deus, o que está vendo