395px

Zuidersé

Louis Davids

Zuiderzee

De Zuiderzee is ingedijkt en spoedig is ze droog
Ze hebben haar tenslotte klein gekregen
Waar eens de ranke vissersscheepjes zeilden op de wind
Daar rammelt straks het Fordje langs de wegen
En waar je gisteren scholletjes en nieuwe haring vond
Brengt morgen de belastingman al dwangbevelen rond
Waar eeuwen de ansjovis heeft gedarteld en gestoeid
Daar loeien dra de lodderige koeien
Waar eens de blauwe golven wiegden met hun witte kruin
Zal binnenkort de pieterselie groeien
De mens heeft de natuur getemd
En Japik, Aaj, en Teun,
Die gaan ook knusjes stempelen voor de werkelozensteun

Zuiderzee, Zuiderzee
Oude, trouwe, blauwe zee
Je verdwijnt met je wel en wee
Met je botters en je jollen
Met je Harinkies en schollen
Neem je straks ons hart ook mee
Zuiderzee

Het zeemansgraf gaat dicht, geen scheepje zal er meer vergaan
Beschaving heeft de overhand gekregen
Geen visser zal verdrinken, hij wordt nou gevierendeeld
Op onze onbewaakte overwegen
Waar eens het lied der branding zong, vol grootse romantiek
Woont straks de orang pendak, en bedrijft daar de politiek
Waar eens de veerboot stampte naar Enkhuizen en terug
En passagiers zich naar de reling richtten
En daar hun diepste innerlijk blootlegden voor elk een
Met moedeloze zeegroene gezichten
Waar jaren voor Marconi toch de korte golf al liep
Daar sukkelt straks de eenmanstram
En heerst de Spaanse griep

Zuiderzee, Zuiderzee
Oude, trouwe, blauwe zee
Je verdwijnt met je wel en wee
Met je veerboot naar Stavoren
Waar wij ons diner verloren
Neem je straks ons hart ook mee
Zuiderzee

Zuidersé

A Zuidersé foi contida e logo vai secar
Finalmente conseguiram deixá-la pequena
Onde antes os elegantes barcos de pesca navegavam ao vento
Logo vai passar o Ford pelas estradas
E onde ontem você encontrava linguados e arenques frescos
Amanhã o fiscal já vai trazer os mandados
Onde por séculos a anchova brincou e se divertiu
Logo vão mugir as vacas desleixadas
Onde antes as ondas azuis balançavam com suas cristas brancas
Em breve vai crescer a salsinha
O homem domou a natureza
E Japik, Aaj e Teun,
Vão também carimbar para o auxílio-desemprego

Zuidersé, Zuidersé
Velha, fiel, azul mar
Você desaparece com suas alegrias e tristezas
Com seus barcos e suas canoas
Com seus arenques e linguados
Logo vai levar nosso coração também
Zuidersé

O cemitério dos marinheiros se fecha, nenhum barco vai mais naufragar
A civilização tomou conta
Nenhum pescador vai se afogar, agora ele vai ser fatiado
Nas nossas passagens sem vigilância
Onde antes a canção das ondas soava, cheia de grande romantismo
Logo vai morar o orang pendak, e vai fazer política lá
Onde antes o ferry ia para Enkhuizen e voltava
E os passageiros se inclinavam para a borda
E expunham seu íntimo mais profundo para cada um
Com rostos desanimados e verde-mar
Onde anos atrás a onda curta já passava para Marconi
Logo vai passar o tram de uma pessoa só
E vai reinar a gripe espanhola

Zuidersé, Zuidersé
Velha, fiel, azul mar
Você desaparece com suas alegrias e tristezas
Com seu ferry para Stavoren
Onde perdemos nosso jantar
Logo vai levar nosso coração também
Zuidersé

Composição: