395px

O Soldado

Miel Cools

De Soldaat

Een soldaat van napoleon de grote
Was het leger grondig beu.
Hij had gestreden, gevochten en geschoten,
Il voulait bien être à deux
En op een morgen was hij niet op het appel
En de sergeant riep razend kwaad: Mille tonnerre
Maar alle andere soldaten wisten 't wel,
Ze zegden droevig: "hij is naar zijn pauvre mère"

Leipzich, moskou, petrograd, zijn heel mooie namen,
Maar ik weet een kleine stad, waar wij nog nooit kwamen,
Zeven eenden in de vijver, zeven banken op de markt,
En het standbeeld van een schrijver,
En het meisje van m'n hart.
Links, rechts, één, twee, leve de sergeant
En ze wuifde met haar hand

Een soldaat van napoleon de grote
Lag te slapen in het gras.
Hij had nog net een liedeke gefloten
Waarvan 't de tekst vergeten was.
En hij droomde dat hij stierf voor 't vaderland,
En hij kreeg postuum wel honderd dekoraties,
En ieder jaar werd er voor hem een vlam gebrand,
En zijn oude moeder leefde praktisch gratis.

Leipzich, moskou, petrograd, zijn heel mooie namen,
Maar ik weet een kleine stad, waar wij nog nooit kwamen,
Zeven eenden in de vijver, zeven banken op de markt,
En het standbeeld van een schrijver,
En het meisje van m'n hart.
Links, rechts, één, twee, leve de sergeant
En ze wuifde met haar hand

Een soldaat van napoleon de grote
Die ontwaakte van de kou.
In de buurt werd er plotseling geschoten,
Hij zei een akte van berouw.
En hij strikte uit gewoonte aan zijn das
Maar toen floot er iets en alle vogels zwegen,
En er was een heel klein gaatje in zijn jas
En een klokje klepte ergens tien voor negen.

Zeven eenden in de vijver, zeven banken op de markt,
En het standbeeld van een schrijver,
En het meisje van z'n hart.
Links, rechts, één, twee, leve de sergeant
Ze had nog steeds geen ring aan de hand.

O Soldado

Um soldado de Napoleão, o grande
Estava cansado do exército.
Ele havia lutado, brigado e atirado,
Queria mesmo estar a dois
E numa manhã ele não apareceu na chamada
E o sargento gritou, furioso: Mille tonnerre
Mas todos os outros soldados já sabiam,
Disseram tristes: "ele foi ver sua pobre mãe"

Leipzig, Moscou, Petrogrado, são nomes bem bonitos,
Mas eu conheço uma cidade pequena, onde nunca viemos,
Sete patos no lago, sete bancos na praça,
E a estátua de um escritor,
E a menina do meu coração.
Esquerda, direita, um, dois, viva o sargento
E ela acenou com a mão

Um soldado de Napoleão, o grande
Estava dormindo na grama.
Ele ainda assobiou uma musiquinha
Da qual esqueceu a letra.
E sonhou que morria pela pátria,
E recebeu postumamente cem condecorações,
E todo ano acendiam uma vela por ele,
E sua velha mãe vivia praticamente de graça.

Leipzig, Moscou, Petrogrado, são nomes bem bonitos,
Mas eu conheço uma cidade pequena, onde nunca viemos,
Sete patos no lago, sete bancos na praça,
E a estátua de um escritor,
E a menina do meu coração.
Esquerda, direita, um, dois, viva o sargento
E ela acenou com a mão

Um soldado de Napoleão, o grande
Acordou do frio.
Nas proximidades, de repente, começaram a atirar,
Ele disse um ato de arrependimento.
E ele ajustou a gravata por hábito
Mas então algo apitou e todos os pássaros silenciaram,
E havia um pequeno furo em seu casaco
E um relógio marcava dez para as nove.

Sete patos no lago, sete bancos na praça,
E a estátua de um escritor,
E a menina do seu coração.
Esquerda, direita, um, dois, viva o sargento
Ela ainda não usava anel no dedo.

Composição: