395px

Senhor Biscoito

Ramses Shaffy

Meneer Koek

Meneer Koek die zat rustig en tevreden op het terras
Toch kon hij de onrust in zijn handen niet verhelen
Meneer Koek kon plotseling soms de neiging niet weerstaan
Om zomaar onverwacht een vreemde in 't voorbijgaan te gaan strelen
Hij bloeide dan van liefde, aaide 'm teder op de wang
De ander zei geschrokken dat hem zoiets ging vervelen
Meneer Koek straalde hem toe en zei: Heel even, het duurt niet lang
De ander zei: Ja, u maakt me niet gelukkig, alleen bang

Meneer Koek stond vredig wat te wachten op de tram
Kocht een kaartje bij de conductrice van lijn 7
Toen ze het wisselgeld gaf, voelde hij haar hand en o
Toen streelde hij haar neus heel vluchtig, stond even te beven
Ze keek hem sullig aan, ze had het niet begrepen
Hij wilde toch alleen maar wat troost en liefde geven
Hij streek onder haar kinnetje en lachte haar maar toe
Maar ze trok nijdig de hendel over en zei alleen maar: boe

Ach broze, breekloze tederheid
Wint zoveel meer dan de grote gebaren
Heb je te veel, dan moet je 't bewaren
Eens komt de tijd, eens komt de tijd

Meneer Koek zat in de schouwburg netjes op de eerste rij
Naast hem zat een dikke heer wat lui en lodderig te slapen
Op het toneel weerklonk een kus, meneer Koek keek plotseling
Smeltend naar zijn buurman, die met grof geschut wat woest begon te gapen
Hij gaf hem een klein steuntje en trok zijn jasje recht
En streelde zacht zijn kale bol en zoemde een klein liedje
De dame aan zijn andere zijde stootte haar vriendin aan
En kraaide in de stille zaal hoestend, proestend: Dat is een mietje

Meneer Koek ging 's morgens zwemmen in het vroege Marnix-bad
Hij deelde 't stille water met een huisvrouw die wou duiken
Ze dook onder hem door, kwam niet meer boven
Meneer Koek voelde in de nattigheid zijn tederheid ontluiken
De badman kwam haar redden, meneer Koek dreef op zijn rug
En wachtte op het droge om ze samen te verwennen
Eenmaal veilig aan de kant sloeg hij zijn handdoek om hen heen
En streelde haar heel lief, maar ze duwden hem weer terug in 't water

Ach broze, breekloze tederheid
Wint zoveel meer dan de grote gebaren
Heb je te veel, dan moet je 't bewaren
Eens komt de tijd, eens komt de tijd

Meneer Koek had een groot hart, maar toch bleef hij altijd alleen
De liefkozingen werden door de mensen niet begrepen
Het liefst sloot hij zich op, hij kwam nauwelijks meer op straat
Om zich niet meer door zijn opwellingen mee te laten slepen
Als u hem ooit herkent als hih 's nachts schuifelt door de straat
Zeg dan gewoon: "Dag meneer Koek" en laat u rustig strelen
En weest u maar niet bang om zijn geheim samen te delen
Want u maakt een mens gelukkig en het duurt heus niet zo lang

Senhor Biscoito

Senhor Biscoito estava tranquilo e satisfeito na varanda
Mas não conseguia esconder a inquietação em suas mãos
De repente, ele não resistia à tentação
De acariciar um estranho que passava sem avisar
Ele florescia de amor, acariciava suavemente a bochecha
O outro, assustado, disse que isso o incomodava
Senhor Biscoito sorriu e disse: Só um instante, não vai demorar
O outro respondeu: Sim, você não me faz feliz, só me assusta

Senhor Biscoito esperava pacificamente pelo trem
Comprou um bilhete com a cobradora da linha 7
Quando ela lhe deu o troco, sentiu a mão dela e oh
Então acariciou rapidamente o nariz dela, ficou tremendo
Ela olhou para ele com cara de boba, não entendeu
Ele só queria dar um pouco de conforto e amor
Ele acariciou seu queixo e sorriu para ela
Mas ela puxou a alavanca com raiva e só disse: buu

Ah, delicadeza frágil, inquebrável
Vence muito mais do que grandes gestos
Se você tem demais, então deve guardar
Um dia chega a hora, um dia chega a hora

Senhor Biscoito estava no teatro, bem na primeira fila
Ao lado dele, um homem gordo dormia, meio relaxado
No palco, ecoou um beijo, Senhor Biscoito olhou de repente
Derretendo-se para seu vizinho, que começou a bocejar com força
Ele deu um leve empurrão e ajeitou seu paletó
E acariciou suavemente sua cabeça careca e cantou uma canção
A dama ao seu lado cutucou a amiga
E gritou na sala silenciosa, tossindo e rindo: Isso é um frouxo

Senhor Biscoito ia nadar de manhã no calmo Marnix
Ele compartilhava a água tranquila com uma dona de casa que queria mergulhar
Ela mergulhou por baixo dele, não voltou mais
Senhor Biscoito sentiu sua ternura brotar na umidade
O salva-vidas veio resgatá-la, Senhor Biscoito flutuava de costas
E esperava pela secura para mimá-los juntos
Uma vez seguros na margem, ele envolveu-os com a toalha
E acariciou-a com carinho, mas ela o empurrou de volta para a água

Ah, delicadeza frágil, inquebrável
Vence muito mais do que grandes gestos
Se você tem demais, então deve guardar
Um dia chega a hora, um dia chega a hora

Senhor Biscoito tinha um grande coração, mas ainda assim sempre ficou sozinho
As carícias não eram compreendidas pelas pessoas
Ele preferia se trancar, mal saía mais à rua
Para não se deixar levar por suas emoções
Se você o reconhecer uma noite, deslizando pela rua
Diga apenas: "Oi, Senhor Biscoito" e deixe-se acariciar
E não tenha medo de compartilhar seu segredo
Porque você faz uma pessoa feliz e não demora muito.