Jongen van tien
Mijn zoon wordt een man
Draagt nu al mijn hemd
Kan m'n laarzen haast aan
Krijgt een zwaardere stem
Hij is nu pas tien
Zijn hut is een boom
Zover hij kan zien
Zover reikt zijn droom
Zo groot en vrij
Wordt die jongen van mij
Morgen vindt hij de moed
Zal hij het huis uit gaan
Morgen is hij een man
Hoe moet ik dan
Mijn armen om hem heen slaan
Morgen is bitter-zoet
Kan hij de wereld aan
Iedere storm weerstaan
Maar mocht het niet zo gaan
Dan zal hier
Altijd nog de deur
Voor hem openstaan
Mijn zoon wordt zo groot
Kijkt over de zee
Straks leent hij een boot
Maar hij vraagt mij niet mee
Menino de dez
Meu filho tá virando homem
Já veste minha camisa
Quase calça minhas botas
A voz dele tá mudando
Ele só tem dez
A cabana é uma árvore
Até onde ele pode ver
É onde seu sonho vai
Tão grande e livre
Vai ser esse menino meu
Amanhã ele vai ter coragem
Vai sair de casa
Amanhã ele é um homem
Como eu vou fazer
Pra abraçar ele então
Amanhã é doce-amargo
Ele pode encarar o mundo
Enfrentar qualquer tempestade
Mas se não for assim
Aqui sempre
Vai ter a porta
Aberta pra ele
Meu filho tá crescendo
Olha pra além do mar
Logo vai pegar um barco
Mas não vai me chamar pra ir.