395px

A Canção de Amor

Herman Van Veen

Het liefdeslied

Het eenvoudig teder liefdeslied
Is ons gisteren ontvallen

De uiting van genegenheid
Werd door florijnse kannibalen
Uit zijn strot geperst
Tot zestig gouden platen
Met een strijkkwartet

Op zijn laatste ademtocht
Haalde hij lijkbleek nog
Het refrein

Hij werd daarna zo schandelijk betaald
Zo veel verkocht geexploiteerd
Dat het zijn zingen heeft bezeerd
Waarna de stem is overleden
Uitgegleden op het pad
Van geld en roem
Staat er met zes vergulde nullen
Achter de komma
Op de zerk

Het koor
Probeerde in de kerk
Het lied nog te herhalen
Maar bij de tweede regel al
Verzoop het lied
In tranen

A Canção de Amor

A simples e terno canção de amor
Nos deixou ontem

A expressão de carinho
Foi espremida por canibais florentinos
De sua garganta
Até sessenta discos de ouro
Com um quarteto de cordas

Em seu último suspiro
Ele ainda conseguiu
O refrão

Depois, ele foi tão escandalosamente pago
Tanto vendido, explorado
Que isso estragou seu canto
Depois a voz se foi
Deslizando pelo caminho
De dinheiro e fama
Está lá com seis zeros dourados
Depois da vírgula
Na lápide

O coro
Tentou na igreja
Repetir a canção
Mas na segunda linha já
A canção se afogou
Em lágrimas

Composição: