395px

Você Pensou Tantas Vezes

Herman Van Veen

Je hebt zo vaak gedacht

Op de mat ligt de post
wat folders, de krant
bovenop ligt een brief
met een grijze rand

Je herkent in een waas
een stad, een straat
je loopt naar het raam
leest een naam

Je hebt zovaak gedacht
morgen bel ik hem wel op
morgen vraag ik hoe het is
hoe het gaat
zeg ik, dat ik hem mis

Je hebt zovaak gedacht
waarom belt hij mij niet op
waarom rij ik niet voorbij
misschien mist hij mij

Maar het kwam er niet meer van
omdat er altijd wel wat was
dan weer dit, dan weer dat
altijd iets dat voorrang had

Je hebt zovaak gedacht
morgen bel ik hem wel op
morgen vraag ik hoe het is
hoe het gaat
zeg ik, dat ik hem mis

Je hebt zovaak gedacht
waarom belt hij mij niet op
waarom rij ik niet voorbij
misschien mist hij mij

Nou ja, het is gedaan
zo onvoorstelbaar
snel gegaan
je zult nooit meer weten
wat hij dacht
horen hoe hij lacht

Je herkent in een waas
een stad,
een straat.

Je loopt naar het raam...

Je hebt zo vaak gedacht
"Morgen bel ik hem wel op."
"Morgen vraag ik hoe het is, hoe het gaat."
"Zeg ik dat ik hem mis."

Je hebt zo vaak gedacht
"Waarom belt hij mij niet op?"
"Waarom rij ik niet voorbij?"
"Misschien mist hij mij."

Você Pensou Tantas Vezes

No tapete está a correspondência
alguns panfletos, o jornal
em cima, uma carta
com uma borda cinza

Você reconhece em uma névoa
uma cidade, uma rua
você vai até a janela
lê um nome

Você pensou tantas vezes
amanhã eu ligo pra ele
amanhã eu pergunto como está
como vai
digo que sinto falta dele

Você pensou tantas vezes
por que ele não me liga?
por que eu não passo por lá?
talvez ele sinta minha falta

Mas não rolou mais
porque sempre tinha algo
isso, aquilo
sempre algo que tinha prioridade

Você pensou tantas vezes
amanhã eu ligo pra ele
amanhã eu pergunto como está
como vai
digo que sinto falta dele

Você pensou tantas vezes
por que ele não me liga?
por que eu não passo por lá?
talvez ele sinta minha falta

Bom, já era
tão inacreditável
passou rápido
você nunca vai saber
o que ele pensava
ouvir como ele ria

Você reconhece em uma névoa
uma cidade,
uma rua.

Você vai até a janela...

Você pensou tantas vezes
"Amanhã eu ligo pra ele."
"Amanhã eu pergunto como está, como vai."
"Digo que sinto falta dele."

Você pensou tantas vezes
"Por que ele não me liga?"
"Por que eu não passo por lá?"
"Talvez ele sinta minha falta."

Composição: Herman Van Veen / Thomas Woitkewitsch