Ochtend in de stad
Licht gaat branden achter sommige gordijnen
hier en daar een mens op straat ietwat verwaaid
rokershoest weerklinkt alom lantarens kwijnen
als er hier een haan was had-ie al gekraaid.
Mensen overwegen om in bed te blijven
zien er toch maar weer vanaf uit goed fatsoen
en een oude man wordt wakker met een stijve
maar heeft niemand om een vluggertje mee te doen.
Ergens laat zich al de helse toeter horen
van een matineuze heer in het verkeer
achter grote gele vensters van kantoren
zijn de werksters met hun emmers in de weer.
En wie in zijn diepste nachtelijke dromen
is gezworen naar de bron van zijn bestaan
mag zo dadelijk weer op het matje komen
aangezien hij een vergissing heeft begaan.
Net als vroeger is er weer een dag geboren
maar de jaren van verwondering zijn voorbij
en ook zijn er hier geen vogels meer te horen
behalve twee minuten op de vierde mei.
Ach, het leven nam ons allen op de korrel
en de dood genaakt met klapperend gebit
wij verlangen naar het uur dat de eerste borrel
goed en wel weer achter onze kiezen zit.
Manhã na Cidade
A luz acende atrás de algumas cortinas
Aqui e ali uma pessoa na rua meio bagunçada
A tosse de fumante ecoa por toda parte, as lanternas murcham
Se aqui tivesse um galo, já teria cantado.
As pessoas pensam em ficar na cama
Mas acabam levantando por boa educação
E um velho acorda com uma ereção
Mas não tem ninguém pra dar uma rapidinha.
Em algum lugar já se ouve a buzina infernal
De um sujeito matutino no trânsito
Atrás de grandes janelas amarelas de escritórios
As faxineiras estão com seus baldes em ação.
E quem em seus sonhos noturnos mais profundos
Jurou ir à fonte de sua existência
Vai logo ter que voltar à realidade
Já que cometeu um erro.
Assim como antes, mais um dia nasceu
Mas os anos de espanto já se foram
E aqui não se ouvem mais pássaros
Exceto por dois minutos no quatro de maio.
Ah, a vida pegou todos nós de jeito
E a morte ri com dentes batendo
Nós ansiamos pela hora em que a primeira dose
Estiver bem atrás de nossas goelas.