Wie vertelt het mij?
Wie vertelt het mij,
hoe men uit graniet
een hart zou kunnen winnen,
wie vertelt het mij,
wie vertelt het mij?
Mensen vechten om de kruimels
van genadebrood,
miljoenen leven als de bliksem,
broeders van de dood.
Door valse schijn
en oppervlakkigheid,
een prachtige knoch out.
Lege leegte, lege tijd.
Wie vertelt het mij,
hoe je van een optelsom
een lied zou kunnen maken,
wie vertelt het mij?
Kan een ideologie
ons ooit de scherven geven
van wat gebroken is
van wat liefde was, en leven?
Alleen een standbeeld, dat kan stil zijn
zonder haast en tijd.
Alleen de dood leeft eeuwig;
geen mens die hem misleidt,
Jezus hangt verbitterd aan het kruis.
Vader is op stap en moeder schuilt in huis.
Heel de schepping wankelt koortsig
tussen hoop en vrees.
Je kunt bidden, maar je ziet jezelf:
je ziet alleen een pokerface.
Je ziet de dag niet,
die niet weet wat hij doet.
Zijn spiegelbeeld in het water.
Zijn licht. Zijn eb en vloed.
Ik vertel het jou.
Jij vertelt het mij
Ik vertel het jou.
Jij vertelt het mij
Quem me conta isso?
Quem me conta isso,
como se pode ganhar um coração
sendo feito de granito,
quem me conta isso,
quem me conta isso?
As pessoas brigam pelas migalhas
do pão da graça,
milhões vivem como relâmpagos,
irmãos da morte.
Por falsas aparências
e superficialidade,
um belo nocaute.
Vazio vazio, tempo vazio.
Quem me conta isso,
como se pode transformar uma soma
em uma canção,
quem me conta isso?
Pode uma ideologia
nos dar algum dia os cacos
do que foi quebrado
do que era amor, e vida?
Apenas uma estátua, ela pode ficar em silêncio
sem pressa e sem tempo.
Apenas a morte vive eternamente;
não há ser humano que a engane,
Jesus pende amargurado na cruz.
O pai saiu e a mãe se esconde em casa.
Toda a criação oscila febrilmente
entre esperança e medo.
Você pode rezar, mas se vê:
você só vê uma cara de poker.
Você não vê o dia,
que não sabe o que faz.
Seu reflexo na água.
Sua luz. Sua maré.
Eu te conto isso.
Você me conta isso.
Eu te conto isso.
Você me conta isso.