395px

O Primeiro Cliente

Wim Sonneveld

De eerste klant

Er waren twee zoetige lieven
Die vonden de wereld te klein
Toen trouwden ze gauw met elkander
Om baas van hun eigen te zijn
Ze deden het maar op een koopje
't Zat er niet meer bij hun aan
En als ze er nu nog aan denken
Dan hadden ze 't nimmer gedaan

Ze zouen een zaakje beginnen
Een winkeltje buiten de stad
De buurt was nog nieuw en verlaten
De kalk van hun huis was nog nat
Ze kochten een wagentje groente
Wat kroten, wat uien en peen
Die stalden ze uit voor de glazen
Met kropsla en kool d'r doorheen

Ze werkten en plasten en stoeiden
Ze zoenden elkander zo teer
De vloeren die blonken als spiegels
Ze boenden hun rug er op zeer
't Vrouwtje zat achter de toonbank
Ze prijsde de mandjes met fruit
De man nam een kijkje van buiten
En lachte haar toe door de ruit

Zo leefden ze enige dagen
Maar niemand had trek in hun sla
Geen mens kwam de winkel 'es binnen
Er was nog geen cent in de la
En toen ze geen stuiver verdienden
Ondanks hun gewerk en getob
Toen aten ze maar van de honger
Hun uien en bloemkolen op

En toen ze geen groente meer hadden
Geen bieten, geen uien, geen peen
En toen ze elkaar niet meer zoenden
Zoals ze dat deden voorheen
Toen kwam er een meisje naar binnen
Een briefje van tien in haar hand
Die vroeg of de baas dat kon wis'len
En dat was hun enigste klant

O Primeiro Cliente

Havia dois amores doces
Que achavam o mundo pequeno
Então logo se casaram
Pra serem donos do seu terreno
Fizeram tudo por um preço
Não tinha mais como ficar
E se agora eles lembram
Nunca teriam feito isso, ah

Eles queriam abrir um negócio
Uma loja fora da cidade
O bairro ainda era novo e vazio
A cal da casa ainda estava molhada
Compraram um carrinho de verduras
Alguns beterrabas, cebolas e cenouras
Exibiram tudo nas vitrines
Com alface e repolho no meio

Trabalhavam e se divertiam
Se beijavam com tanto amor
Os pisos brilhavam como espelhos
Esfregavam as costas com fervor
A mulher estava atrás do balcão
E elogiava as cestas de frutas
O homem espiava lá fora
E sorria pra ela pela janela

Assim viveram por alguns dias
Mas ninguém queria a sua alface
Ninguém entrava na loja
Não havia um centavo na gaveta
E quando não ganharam nada
Apesar de todo o esforço e dor
Então comeram da fome
As cebolas e os brócolis que restaram

E quando não tinham mais verduras
Nem beterrabas, nem cebolas, nem cenouras
E quando não se beijavam mais
Como faziam antes, com fervor
Então entrou uma menina na loja
Com uma nota de dez na mão
Ela perguntou se o dono poderia trocar
E essa foi a única cliente deles.

Composição: