Woensdagavond, Donderdagmorgen
toen op woensdagavond zat hij bij me op de bank
met de trein van vijf over zes, avondretour
nee hij at niet mee had op het station al wat gesnackt
de laatste tijd had hij toch al niet zo'n trek
nee hij kwam zomaar even langs, het was al weer zo lang geleden
dat we als vrienden op de fiets naar de middelbare school toe reden
ik heen op kop jij terug, soms de hele weg gezwegen
jij was het die altijd zei: hoe de wind ook waait ik heb hem altijd tegen
we zouden samen nog eens naar Parijs of dan tenminste Amsterdam
maar op de een of andere manier kwam het daar nooit van
na het sportjournaal zei jij zullen we weer eens net als vroeger
net als toen ik heb nog geen zin al met de trein terug te gaan
ouderwets in onze kroeg de week doormidden zagen
morgen tijd genoeg tijd genoeg om op te staan
als vanouds zo vertrouwd vergat jij me weer te vragen
of ik dat eigenlijk ook wel wilde weer als vroeger naar de kroeg
ik wilde geen zeikerd lijken ook al moest ik morgen werken
het mooiste moment om afscheid te nemen is 's morgens vroeg
zeiden we tegen elkaar als we naar huis toe reden
na elk eindexamenfeest aan het einde van de nacht
en langs slierten ochtendnevel reden we over wegen
met alle twee een leeg hoofd en voor ons een lege dag
pas toen na alle pilsjes kwam het hoge woord eruit
dat ze een ander had en ze had het al die tijd verzwegen
en je huilde op mijn schouder en ik wist ook niet wat
en jij zei: hoe de wind ook waait ik heb hem altijd tegen
en we zouden samen nog ooit naar Parijs of tenminste Amsterdam
maar op de een of andere manier kwam het er niet van
en dat ik een vriend was een echte vriend was
nu wel dacht ik maar het was genoeg
ook al was het maar woensdagavond alleen de bank en de TV
ik dacht: het mooiste moment om afscheid te nemen is 's morgens vroeg
zeiden we tegen elkaar als we naar huis toe reden
na een eindexamenfeest aan het einde van de nacht
en langs slierten ochtendnevel reden we over wegen
met alle twee een leeg hoofd en voor ons een lege dag
laten we het weer doen dat we het nu goed doen
we nemen afscheid maar dan ook voor goed
Quarta à Noite, Quinta de Manhã
quando na quarta à noite ele estava comigo no sofá
com o trem das seis e cinco, volta da noite
não, ele não comeu comigo, já tinha beliscado na estação
ultimamente ele não estava com muita fome
não, ele apareceu do nada, já fazia tempo
que a gente, como amigos, ia de bike pra escola
eu na frente, você atrás, às vezes em silêncio
você sempre dizia: não importa como o vento sopre, eu sempre tô contra
a gente ainda ia pra Paris ou pelo menos pra Amsterdã
mas de alguma forma isso nunca rolou
depois do jornal esportivo você disse, vamos fazer como antes
como quando eu ainda não queria voltar de trem
na nossa velha bar, cortando a semana ao meio
amanhã a gente tem tempo, tempo de sobra pra levantar
como sempre, tão familiar, você esqueceu de me perguntar
se eu queria mesmo voltar como antes pra bar
não queria parecer chato, mesmo sabendo que tinha que trabalhar
o melhor momento pra se despedir é de manhã cedo
dissemos um pro outro enquanto voltávamos pra casa
depois de cada festa de formatura no fim da noite
e pela neblina da manhã, a gente seguia pelas estradas
com a cabeça vazia e um dia vazio pela frente
só depois de todas as cervejas, a verdade veio à tona
que ela tinha outro e tinha escondido isso o tempo todo
e você chorou no meu ombro e eu também não sabia o que fazer
e você disse: não importa como o vento sopre, eu sempre tô contra
e a gente ainda ia pra Paris ou pelo menos pra Amsterdã
mas de alguma forma isso nunca aconteceu
e que eu era um amigo, um verdadeiro amigo
agora eu pensei, mas já era o suficiente
mesmo que fosse só quarta à noite, só o sofá e a TV
eu pensei: o melhor momento pra se despedir é de manhã cedo
dizemos um pro outro enquanto voltávamos pra casa
depois de uma festa de formatura no fim da noite
e pela neblina da manhã, a gente seguia pelas estradas
com a cabeça vazia e um dia vazio pela frente
vamos fazer de novo, agora vai ser certo
a gente se despede, mas dessa vez pra valer